Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou sparen. En toen al zijne smeekbeden vruchteloos bleven, keerde hij zich om en wilde vluchten; maar dit mocht hem niet gelukken, want Reinaart sneed hem den weg naar de poort af en greep hem moorddadig bij de keel. In zijn angst riep hij nog: „Help mij, Bellijn! Waar zijt ge? Die pelgrim wil mij dooden!"

Dat roepen om hulp was echter spoedig gedaan; want in een ommezien beet de Vos hem de keel af.

Toen zeide Reinaart: „Nu zullen wij dezen lekkeren, vetten haas opeten!"

Zijne kinderen kwamen toesnellen en gingen meeeten. Zij bekommerden er zich weinig om, dat Kuwaart het leven had verloren.

Hermelijne, Reinaarts vrouw, at het vleesch en dronk het bloed. Hoe dikwijls roemde zij daarbij den Koning, die in zijne goedheid de kleinen met zulk een heerlijken maaltijd had verheugd!

„Hij gunt het u wel! Ik weet zeker, dat hij ons wel geschenken zou willen geven, die hij zelf voor geen geld van de wereld zou willen hebben."

„Welke geschenken zijn dat?" vroeg Hermelijne.

„Het is een touw en een galg. Maar als ik kan, zal ik den dans ontspringen, voordat er twee dagen voorbij zijn."

„Hoe zult ge dat aanleggen?" vroeg zij.

„Dat zal ik u zeggen, vrouw," antwoordde Reinaart. „Ik weet eene wildernis, waar men hooge

Sluiten