Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u wilde zeggen, dat ge maar vooruit moet gaan, als ge niet langer op hem wilt wachten. Hij moet nog wat bij mijne vrouw en kinderen blijven, die een erg misbaar maken, omdat ik van hen vandaan ga."

„Zeg eens, Reinaart," gaf Bellijn hierop ten antwoord, „wat voor kwaad hebt ge Kuwaart gedaan ? Als ik het goed heb gehoord, dan riep hij om hulp."

„Wat denkt ge wel van mij, Bellijn?" hernam Reinaart. „Ik zal u zeggen wat wij deden. Toen ik in huis gegaan was en Hermelijne van mij hoorde, dat ik over zee wilde gaan, werd het haar zóó wee om het hart, dat zij in onmacht viel. Zoodra Kuwaart dit zag, riep hij overluid: „Kom hier en help mij! Mijne tante ligt in onmacht!" Dat waren zijne woorden en niets anders."

„Inderdaad hoorde ik ook wel, dat Kuwaart een groot misbaar maakte. Ik dacht, dat er hem iets overkomen was."

„Bellijn," hernam de Yos, „ik zou liever hebben, dat aan mijne kinderen of mijne vrouw iets overkwam dan aan Kuwaart. Maar dit daargelaten: hebt ge niet gehoord, dat de Koning mij gisteren gebood, dat ik hem, voordat ik het land verliet, een brief zou schrijven? Deze brief is al kant en klaar."

„Wist ik," zeide Bellijn, „dat hetgeen ge geschreven hebt waarheid behelst, dan zou ik den brief gaarne aan den Koning willen overbrengen, als ik maar iets had, waar ik dien in kon steken."

Sluiten