Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk de grootste geleerden dikwijls de verstandigste lieden niet zijn. Onkundigen winnen het soms van hen in bedachtzaamheid."

„Zoo hield ik Isegrim voor den gek, zoodat hij er nauwelijks het leven afbracht. Zie, neef, ik heb u nu alles verteld, wat ik van mijne misdaden weet. Het is mij onbekend, hoe het mij ten hove zal gaan; nochtans ben ik zonder vrees, want ik heb mijne zonden voor u opgebiecht, en ik wil mij graag verbeteren."

Grimbaard zeide hierop: „Uwe misdaden zijn groot! Maar die dood is moet dood blijven. Men kan hem niet in het leven terugroepen. Oom, ik wil het u alles vergeven, omdat ge er oprecht berouw over hebt. Maar wat u allermeest kwaad aan het hof zal doen, is dit, dat ge den kop van Kuwaart er heengezonden en den Koning belogen hebt. Ach, oom, dat was een erge misdaad!"

Onder het voeren van dergelijke gesprekken kwamen zij ten hove aan.

Zij liepen naast elkander voort, en op het laatste oogenblik zeide Grimbaard nog tegen den Yos: „Oom Reinaart, wees goedsmoeds en onvervaard! De stoutmoedigen helpt de fortuin."

„Neef, ge spreekt de waarheid," sprak Reinaart. „Ik dank u voor den troost, dien ge mij geeft."

Nu ging Reinaart tusschen den stoet van hovelingen door tot aan de plaats, waar de Koning zich

Sluiten