Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die uitspraak kwam aan u en aan al uwe raadslieden, die bij u stonden, goed voor, waarop de man zich uit de voeten maakte, na u zijn dank betuigd te hebben. Alzoo bewaarde Reinaart uwe eer, zooals een trouw vriend dit zijn heer pleegt te doen. Wanneer hebben Isegrim of Bruin ooit zoo iets gedaan? Als zij maar veel kunnen eten, dan zijn zij verstandiger dan al de wijzen. Maar als er recht moet geschieden, dan zijn zij de eersten, die afdruipen.

„Och, Mijnheer de Koning, dat zijn geen wijzen. De zoodanigen verderven volk, steden en land. Het is hun onverschillig, wiens huis er in brand staat, als zij zich maar bij de vlammen kunnen warmen. Zij vragen alleen, wat voor hen zelf voordeel oplevert. Men vindt dezulken meer dan genoeg. Maar op deze wijze handelen Reinaart en zijne bloedverwanten niet. Zij zijn altijd bedacht op het voordeel en de eer van hun Heer, op wijze vonden en goeden raad, die aan groote heeren dikwijls meer baten dan kracht en overmoed. Al heeft hij daarvoor nu ook geen dank, men zal toch eenmaal inzien, wie het meest lof verdient, hij of zij.

Al zegt ge ook van zijne bloedverwanten, Mijnheer de Koning, dat zij hem allen om zijne loosheid en zijne streken verafschuwen, dat is niet waar. Als een ander dit eens zeide, dan zou er wraak op hem genomen worden. Maar van u willen wij dit gaarne verdragen. Was er iemand, die tegen u misdreef,

Sluiten