Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleuren op afgebeeld. Onder elke geschiedenis stond geschreven wat zij beteekende.

„Zóó prachtig was, denk ik, nooit een spiegel versierd. Bovenaan stond een paard, sterk en vet, dat een hert achternazat, dat zóó snel door het woud liep, dat het aldoor maar vooruitbleef en niet in te halen was. Het paard ging dus naar een herder toe en zeide: „Als ge een hert wilt vangen, dan zal ik er u een wijzen. Ge zoudt daar goede zaken mee kunnen doen; want zijn horens, zijn vleesch en zijn huid zoudt ge best kunnen verkoopen." Hierop gaf de herder ten antwoord: „Zeg mij dan, hoe wij daaraan zullen komen." Nu sprak het paard: „Zit op, dan zal ik u dragen en dan zullen wij samen het hert achtervolgen." Aanstonds steeg de herder te paard, en zij vertrokken. Zij joegen het hert zoolang achterna, totdat het paard moe werd en tegen zijn berijder zeide: „Ik wil nu wat uitrusten! Stijg af! Ik ben zoo moede!" Maar de herder zeide: „Ik heb u nu in mijne macht; ge kunt mij niet ontgaan; ik heb teugel en sporen. Ik houd u in bedwang; want ge hebt u daartoe verbonden." Zoo werd het paard in zijn eigen net gevangen; want niemand heeft grooter vijand dan zijn eigene begeerigheid. Wie op eens anders nadeel bedacht is, haalt zichzelf vaak allerlei kwaad op den hals.

„Op eene andere plaats waren een ezel en een hond afgebeeld met een rijk man, die veel van der)

Sluiten