Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kinderen op te eten, als ik thuis kwam. Ik wilde het eerst niet aannemen, maar zij dwong er mij toe. Ik bedankte haar ten zeerste en nam afscheid van haar. Zij verzocht mij, spoedig terug te komen, en nu ging ik heen, blijde, dat ik zoo gelukkig aan het gevaar ontsnapt was.

„Toen ik uit het hol kwam en Isegrim onder een boom zag liggen, vroeg ik hem: „Hoe gaat het met u, oom?" Het antwoord luidde: „Slecht, lieve neef. 't Is meer dan wonder, dat ik nog leef. Ik sterf van honger: geef mij toch iets te eten!" Ik kreeg medelijden met hem en gaf hem het stuk vleesch, dat voor mijn vrouw en kinderen bestemd was, waardoor ik hem in het leven behield.

„Nauwelijks had hij het vleesch verslonden, of hij zeide: „Neef, wat hebt ge in dat hol gevonden? Ik heb nu nog meer honger dan vroeger; want die is juist door die kleinigheid opgewekt." Hierop gaf ik hem ten antwoord: „Oom, kruip zelf maar in het hol! Ge zult daar genoeg vinden. Ge zult er mijne tante met hare kinderen aantreffen. Kunt ge goed liegen, dan zult ge alles hebben, wat ge begeert; maar spreekt ge de waarheid, dan naakt u verdriet."

„Mijnheer de Koning, had ik hem dus niet gewaarschuwd en kon ik denken, dat hij juist het tegendeel zou zeggen? Toch had hij mij beloofd, dat hij mijn raad zou opvolgen. Nu ging hij in het hol, vond de Apin en riep uit: „Ach, ik gruw ervan! Dieleelijke

Sluiten