Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen zien er uit, alsof zij uit de hel ontsnapt waren. Ga heen en verdrink ze!"

„Hierop antwoordde de Apin: „Mijnheer Isegrim, welk een booze raad! Het zijn toch altijd mijne kinderen, en ik moet een goede moeder voor hen zijn. Wat hebt gij er mee te maken, of zij leelijk of mooi zijn? Yandaag is hier iemand geweest, die beter en wijzer is dan gij, ook een bloedverwant: die zeide tegen mij, dat zij mooi waren. Wat doet ge hier met uwe hatelijkheden ?"

„„Wilt ge dat weten," hernam de Wolf, „dan zal ik u maar dadelijk zeggen, dat ik van uwe spijs wil eten. Het is beter aan mij besteed dan aan die leelijke wezens." Hierop gaf zij ten antwoord: „Hier is niets te eten." Nu ging hij naar den voorraad van spijzen toe; maar mijne tante en hare kinderen schoten op hem af en wondden hem zoozeer met hunne scherpe en lange nagels, dat het bloed hem uit de oogen sprong. Ik hoorde luid krijten en huilen; maar hij durfde niet langer in het hol blijven. Hij ontvluchtte het dus. Hij was zóó gekrabbeld en gebeten, dat zijn vel geheel gescheurd was. In zijn pels had hij menig gat, zijn kop was nat van het bloed, en van zijn oor was ook een stuk afgebeten. Hij kreunde erg.

„Toen vroeg ik hem, of hij goed gelogen had, waarop hij ten antwoord gaf: „Ik zeide, waf ik dacht. Ik vond het een leelijke Apin en vuile jongen."

Sluiten