Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leef lang gelukkig saam,

In voorspoed t' allen tijd, Geen ziekte zij uw deel.

Geen eindelooze strijd. Dat nooit een donk're wolk

Uw huw'lijksheil verduister, Maar uw gelukzon schijn

In volle pracht en luister. Ik ledig thans mijn glas

Op deze hartebeê Leef lang o bruiloftspaar, 't Ga u steeds wel, hoezee !

Voordracht op eene Groene Bruilotl.

Juist zooals Adam zich in 't Paradijs

Eenzaam gevoelde en verlaten,

En hij zoo graag iemand bij zich wou zien

Om mee te keuv'len en praten,

Zoo ook was Bruidegom lang niet tevreên,

Want hij gevoelde zich ook zoo alleen,

Wat zou in dezen hem baten ?

'kWeet niet, sprak hij in zich zeiven gekeerd,

Wat mij wel schort; 't is om t even Of ik marcheer, of ik rij, loop of slaap,

'k Heb geen genot meer in 't leven.

Ik kan niet meer zingen en k lach ook niet meer, 'k Lust haast geen eten, 'k word mager en teer, 'k Voel mijne leden vaak beven.

Toen hij zoo sprak, keek hij juist eens uit t raam

En hij zag 't Bruidje passeeren,

Vlug was haar tred en innemend haar blik,

Netjes heur haar en haar kleuren.

Bruigom sprong op, het was of hij volmaakt Door een elektrischen schok was geraakt, Nu scheen hem niets meer te deeren.

Sluiten