Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Twee a twee en een halve cent."

„Juist geraden. Ik heb er twee cent voor betaald, maar ze waren goedkooper."

„Waar heb je dat koopje opgeloopen."

„Op de Prinsengracht onder een lantaarn."

„x\.h zoo, philantropie dus ?"

„Dat kan het misschien worden." En Piet verhaalde zijn ontmoeting met den kleinen bleeken knaap. Hij eindigde zijn mededeeling met de verzekering: „Ik heb den indruk, dat die jongen de waarheid sprak."

„En ik heb den indruk, dat jij je weer eens te pakken hebt laten nemen. Dat is je trouwens meer overkomen."

„Ditmaal geloof ik van niet. Maar we zullen zien. Ik zal Wil vragen of zij morgen eens met me op onderzoek uitgaat."

De broeders spraken nog een poosje over verschillende dingen, en een half uur later was de gansche woning in diepe rust; alle bewoners sliepen, behalve Piet, die zich de ontmoeting van dien avond maar niet uit het hoofd kon zetten.

HOOFDSTUK II.

IN DE TUINDWARSSTRAAT.

De [firma „Gebr. Snelwagen" handelde in boter en kaas. Vioeger hadden de ouders een weibeklanten winkel gehad, maar die was, reeds jaren geleden, in andere handen overgegaan. De tegenwoordige firmanten handelden in 't groot en waren in hun zaken tamelijk gelukkig.

De beide zusters deden het huishouden, en werden daarin bijgestaan door een oude dienstbode, die een familiestuk mocht heeten, daar ze de tegenwoordige bewoners van het huis reeds als jonge kinderen had gekend. Ziehier in 't kort iets van de maatschappelijke omstandigheden van onze nieuwe vrienden.

Toen de familie den volgenden morgen in de huiskamer vereenigd was, begon Karei aan zijn jongste zuster Wil, die zoo ongeveer 25 jaar was, met een paar geestige oogen alleryroolijkst om zich heen zag, en die 't alleen maar „onuitstaanbaar' vond als men haar Mina noemde, te vertellen wat haar wachtte. „Wil, vanmiddag ga je met Piet een bezoek afleggen."

„Och kom, ik heb wel wat anders te doen."

„Ja, maar 't is net iets voor jou."

„Is 't waar Piet? Heb je iets bijzonders?"

„Ja, heb je een uurtje tijd, dan moest e eens met me meegaan."

Sluiten