Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Op school leert hij anders goed. Hij is wel ijverig, en heeft een goeden wil. Maar jullie moet niet denken, dat zulk een jongen ooit geschikt wordt om als page bij een paar dames rond te drentelen, en alle mogelijke beleefdheden uit te denken. Die jongen is een straatjongen met straatjongensmanieren; hij komt uit de achterbuurt en heeft daar zijn opvoeding genoten, of wat er voor opvoeding moet doorgaan. Hij denkt anders, hij spreekt anders, hij leeft anders dan wij, en t zal me een toer wezen om hem naar onzen smaak te fatsoeneeren."

„Ja maar weet je wat ik vind: Als je zoo'n jongen in huis hebt is het toch nog wat anders, dan wanneer je hem zoo op een afstand ziet. 't Valt mjj tenminste niet meê."

„Foei, Lena; dat had ik niet van je verwacht. Zóo gauw een werk moeilijk te vinden, waarvan je de overtuiging hebt, dat je het niet uit de hand moogt leggen. Kom, zuster, dat meen je niet, is 't wèl?"

„Och neen, maar ik zei dan ook slechts dat het me niet meevalt."

„Dat wil ik gaarne gelooven. Een berg is dichtbij nooit zoo mooi als in de verte; alles wat we van nabij bezien, wordt er niet beter op. Maar van den jongen gesproken, ik zal hem eens onderhanden nemen en hem aan 't verstand brengen, dat hij op straat niet vechten mag."

„Maar je zult hem toch niet hard aanpakken, Piet?"

„Daar heb je t al. Zóo klaag je steen en been over je pleegkind en nauwelijks zeg ik een vermaning toe, of je treedt als pleitster op."

„Nu ja maar," zei Lena, en verliet de kamer, om naar de keuken te gaan, waaruit de stem van de oude Jans klonk, die de juffrouw riep.

„Wat is er Jans?"

„Och juffrouw, die jongen heeft me alles weer in de war gestuurd."

„Wat is er dan gebeurd?"

„Ja, ziet u maar eens."

at Lena zag, was wel geschikt om haar geducht boos te maken. Wat had de kleine deugniet uitgevoerd? Hij had den knop van de keukendeur vastgebonden aan een rek met waschgoed, dat de zorgzame Jans bij het fornuis had gezet, daar het buiten niet drogen wou. Gevolg van deze verbinding was, dat Jans de keukendeur niet dadelijk kon opentrekken, en| toen zij daarin na een paar fliksche rukken slaagde, trok zij het rek met waschgoed meê ondersteboven. Het rek was iii zijn val langs het fornuis gestreken, en daardoor was het gewasschen goed voor een groot deel besmet. De tranen stonden de oude dienstmaagd in de oogen en Lena had, zoo-

Sluiten