Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m.

HUISELIJKE TOONEELTJES.

Wij gaan vier jaren voorbij, en vinden Elise — thans mevrouw Walton — in hare huiskamer. Dicht bij het venster, dat 't uitzicht geeft op een achterwijk der stad, staat haar werktafeltje, dat

eopena is en waaruit zij van tijd tot tijd iets neemt ten gebruike ii het naaiwerk, 'twelk zii nnrW ImnHon Jiflpff "NTnnct rtu mrV

tafeltje staat een wieg, en nu en dan stoot zij er zachtjes aan, zoodra zich eenig geluid, soms ook wel gekreun, daaruit laat hooren.

Midden in het niet al te groote vertrek, vlak bij de tafel, zit een knaapje van ongeveer driejarigen leeftijd op den grond en speelt met een houten paardje. De kamer ziet er gezellig uit. Wel zijn de meubelen niet van de fijnste soort; maar zij harmonieeren toch met kleed en behangsel en getuigen van den goeden smaak der huisvrouw. Op alles rust het waas der bevalligheid; zelfs de schilderijen en gravures aan den wand bewijzen, dat zij, die ze daar heeft doen ophangen, zin voor het schoone en edele bezit.

De marmeren pendule, die op den schoorsteenmantel staat, wijst op ruim vier uur, en Elise heeft zich reeds een paar malen naar het venster gebogen, in de verwachting haren man te zien komen. De tafel is gedekt, en zoodra zij van verre haren Frans ziet, zal zij Hanne last geven het eten op te dragen.

Maar Frans komt nog niet.

«Hij kan zeker weer van zijn arbeid niet scheiden," fluistert zij bij zich zelve. „Ik vind het heerlijk, dat hij er zijne eer in stelt uitmuntende werktuigen te vervaardigen; maar hij gaat er te veel in.op en vergeet wel eens, dat wij ook rechten op hem hebben.... Hij is zoo weinig bij mij," ging zij voort, terwijl zij weer een stootje gaf aan de wieg, waarin de kleine Mina zich roerde. „Kon ik daarin maar eens verandering brengen!" zuchtte zij.

„Hup! Hup! Hup paad!' roept de kleine Felix, die op den grond zit en met zijn kleine vuistjes het houten paardje voortduwt.

't Paard, dat op gebrekkige wieltjes is voortgerold, staat nu zoo ver van 'tkind af, dat zijn handjes het niet kunnen grijpen.

_ «Paad, hier kom bij Fé!" roept de kleine, en daar het houten dier niet dadelijk gehoorzaamt, kruipt Felix er heen en geeft het klappen. Door deze aanraking valt het paard om.

„Paad stout! Paad stout!" roept het kind. „Paad staan blijvenI"

Sluiten