Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Kerkvoogd er dan maar voor, dat er geen broodpredikers op den preekstoel komen. En wat dat laatste betreft," — hier daalt haar stem en krijgt haar gelaat een meer zachtere uitdrukking, „als er nog al wat goeds van mij terecht zal komen, dan wordt het tijd, want zoo lang ben ik er niet meer."

't Zou moeilijk te zeggen zijn, wie zich over deze woorden het meest verw ondert, Smynia of zijn vrouw. De eerste, omdat hij merkt, dat er een verandering bij haar plaats had, welke hem nooit eerder is opgevallen, de laatste niet het minst, omdat hier op een toon en met een vrijmoedigheid gesproken wordt, als moeilijk te verklaren valt.

„Zoo, denk jou er zóó over" zegt Smynia. „En als hier nu voor goed eens zoo'n dominé kwam, als jou bedoelt, wat zou je dan zeggen ?"

„Dan zou ik zeggen, dat de gemeente van Longerga verwoest werd, en ik niet graag de verantwoordelijkheid daarvan zou willen dragen". En daarop komt zij een stap nader, zoodat de eigenaar van „GroldaState" niet meer achter zijn blad verborgen is, ziet hem vlak in het gelaat, heft dreigend haar vinger op, en vervolgt: „'t lijkt mij niet zoo best toe Sjoerd Smynia, een ander ongelukkig te maken. Je kent mij al lang, en ik ben maar eene arme vrouw, maar dit wil ik je toch zeggen: denk er om, boontje komt om zijn loontje, en die het onrecht doet, zal het onrecht dragen 1"

Het wordt den boer bij het hooren dezer woorden wonderlijk te moede. Zijn rood gelaat wordt paarsch. Die vrouw staat daar voor hem als een rechter en hij gevoelt zich alles behalve op zijn gemak. Wat wil zij toch ? Waar wil zij heen ? Waar doelt dat op ? En opeens staat het verleden weer voor hem in al de werkelijkheid.

Elk harer woorden richt hem. Hij vreest ontdekt te worden. Ellendig toch, dat die vrouw hem zoo in de macht heeft, en hij met gesloten mond voor haar moet staan. Hij kan nog last van haar krijgen. Het is alsof in den laatsten tijd alles tegen hem spant. Dekema afvallig geworden. Jongema zoo koel, lang niet meer dezelfde van vroeger. Dr. Meijer ook iemand, dien hij liever uit den weg loopt. De Notaris kijkt hem zoo verdacht aan. Onder de boerenzoons uit den omtrek heeft hij het sinds dat Oranjefeest ook al bedorven. Nu dit vervelend wijf weer met haar kletspraat, in tegenwoordigheid zijner vrouw. Zonder een woord te spreken staat hij op en gaat naar den stal,

Sluiten