Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spaarde, opdat ook zij niet nutteloos hare plaats zou beslaan.

Toen heeft zij ook gedacht aan Smynia. Smynia, die rijk is, maar niet gelukkig. Smynia, die zijn eigen leven verwoest, en het leven zijner vrouw. Die ook haar leven verwoest heeft. Die nu bezig is, de gemeente van Longerga te verwoesten. „Smynia moet het niet te raar doen, heeft zij gezegd, want dan krijgt hij het met mij te doen." Welnu, dat zal hij weten ook. Daartoe* heeft zij in stilte een plan gemaakt. Donderdagavond Kerkvoogden-vergadering. Dan zal Smynia zijn slag slaan. Dan zal zij ook haar slag slaan. De omstandigheden zijn haar gunstig. Haar man heeft weer last van den rug en is reeds vroeg onder de wol gegaan. Daar buiten is het donker. Geen mensch beweegt zich na tienen meer op den weg, of het moeten zijn, die van een vergadering komen. Zoo verlaat zij in stilte haar woning, na zich verzekerd te hebben dat haar man in diepen slaap is. Zij is niet bang. Want zij heeft een plan dat wel is waar in de duisternis moet volvoerd, maar om straks in het licht openbaar te worden. Het is niet aangenaam daar buiten, maar wat hindert het haar? Zij is wel gewoon door weer en wind te gaan, en bovendien, binnen in haar brandt het. Niet meer het vuur van den haat, maar de begeerte om ten zegen te zijn. Elk geluid wordt door haar gehoord. Haar oor is scherp. De nachtwind huivert door de takken. Nu en dan vliegt een verschrikte eendvogel op, om onder luid gekwaak elders in poel of plas neer te strijken. Vledermuizen fladderen rond, zoekend naar voedsel. Heel in de verte ratelt de laatste sneltrein naar Leeuwarden over een spoorbrug. Hier en daar brandt op een boerderij nog licht. De lange wieken van den korenmolen op „Zelden rust", zwaaien als reuzenarmen in de lucht, waar het koren en de mais vermalen wordt om te dienen tot voeding van mensch en dier. 't Is daar druk tegenwoordig, nu het stalvoederen weer aan den gang is.

Een oogenblik schrikt zij op van eenig lawaai, 't Komt uit het dorp, richting „Jachtweide". Glasgerinkel naar zij meende. En stemmengeroes. 't Kan Smynia niet zijn. Die zit in de consistorie op de Kerkvoogden-vergadering. Hoe het daar zou gaan ? En wie het winnen zal? Dekema is kalm, maar staat alleen. Tenminste als de anderen allen met Smynia gaan. Stil, daar hoort zij weer wat. Daar wordt luid gesproken, 't Komt ook nader. Zou hij tóch niet alleen zijn ?

Sluiten