Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgeeft? En wat zal dan het einde worden van dien man, die zooveel goeds had kunnen tot stand brengen, en van zijn huis, hetwelk hij mede in het verderf sleept? Hij gevoelt innig medelijden met hem, te meer waar hij gedenkt, hoe ook hij zélf aanleg gehad heeft, om denzelfden weg op te gaan, maar op wonderlijke wijze door Gods genade daarvoor bewaard bleef. Waarom hij wél, en Smynia niet ? En ook hij herinnert zich het tekstwoord van verleden Zondagmorgen : „de wind blaast waarhenen hij wil ; gij hoort zijn geluid, maar weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij henengaat, alzoo is het met een iegelijk die uit God geboren is."

Maar dan denkt hij ook aan iets anders. Hoe duidelijk komt het opnieuw uit, dat God over Zijn gemeente waakt, gelijk Woensdagavond in de schoolvergadering gezegd is. Wie zou ooit deze plotselinge wending in den stand der zaken verwacht hebben ? Een man, die niet te buigen noch te breken scheen, gaat thans vrijwillig heen, de baan ruim makend voor een ander. Is dat geen profetie voor de toekomst? Mag hij op grond daarvan niet gelooven, dat de Heer ook verder alles wel zal maken? Als de kinderen Gods maar getrouw zijn op de plaats hun door Hem gewezen, zal Hij zélf voor de uitkomst zorgen. Want niet de mensch, maar God redt Zijn eigen zaak. Dat geldt voor het persoonlijk leven, waarvan hij zelf door genade een treffend bewijs is, dat geldt ook voor het gemeentelijk leven. En overal en altijd wordt het openbaar, dat onze wegen niet de Zijne, en onze gedachten, niet Gods gedachten zijn. En in zijn ziel klinkt na, wat Ernst de laatste dagen vaak op het orgel speelt, en door Aag dan uit volle borst wordt meêgezongen:

Al staat de zee ook hol en hoog,

En zweept de storm ons voort,

Wij hebben 's Vaders Zoon aan boord En 't veilig strand voor 't oog !

En zoo gaat het dóór de branding, de veilige haven in.

EINDE.

Sluiten