Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Smaak, met de schepping ruM. Met Toorj aarsbloesem, wintersneeuw.

Of najaarsgeel bestrooid, Gij, blijde telg der gouden eeuw. Verf eelt u ginder nooit!

Groei, jonker, saam met land en stand,

Sla nooit den tongval mis; De hutspot van uw Gelderland

Zij 't sieraad Tan uw disch I Geen spijs zoo hartig en gezond,

Die meer 'tgehemelt streelt, Dan vrucht gebouwd op eigen grond, Met eigen hand geteeld!

Schaam 't grove brood, het grove kleed

En 't grove werk u niet;

De beste dauw is 't eerlijk zweet,

Dat van uw voorhoofd vliet. Wees de eerste knecht in eigen rijk,

Wees boer met hart en vuist, Wroet in uw goudmijn, — heide en slijk —

Met onversaagden knuist!

Uw sluimerende heidegrond

Ontwake nieuw en blijd; (bond Sluit' Moeder Aarde een schoon ver-

Met moed, vernuft en vlijt! Gij — trek partij van 't woeste land!

Natuur is mild genoeg,

Als maar de raensch zijn trage hand Wil strekken naar den ploeg.

«Werk !" is een goede, groote wet —

Geen bittre zondestraf;

De kracht tot d' arbeid is 't gebed, De rust van 't werk — het graf. Waar arbeid en gebed zich paart,

Daar, o Verhoorder! rijz', Dit stuivend zand en ledige aard, Een lachend Paradijs!

Wel hem, die 'tgoud gedijen laat

In de omgeworpen kluit:

Natuur is de allerbeste Staat,

Die nooit haar schatkist sluit.

Haar schatkist is een moederschoot, Die vloeit in t oogstgetij;

Natuur is mild en goed en groot, En eerlijker dan wij.

Och. knip nu geen koe ponnen 'meer Met de ouderwetsche schaar:

Uw sikkel maai' ze heinde en veer Van velden, vol en zwaar!

Uw akker schiete welig op.

Schoon Rus en rente daal'! —

Gij dankt voor iedren regendrop, Voor eiken zonnestraal.

Gij maakt uw schoonen naam bemind, Dien de arme biddend noemt;

En 'k weet dat menig Geldersch kind Het snugger heerschap roemt.

Uw hoeve is menig Buiten waard, Uw hof verrukt mijn oog;

Do zegen lacht u toe uit de aard, Bestraalt u van omhoog.

Toch, zie aandachtig in het rond: Is 't paradijs volmaakt ?

Denk aan den winteravondstond, Die telkens weer genaakt ;

Denk, niet altoos blijft vader Cats De bijbel van nw stand, (schats,

Schoon, als uw grond, vol gouden Uw wintertroost op 't land:

En dies, dat zoete liefdetrouw Zich, onder 't needrig dak,

Een vroolijk, veilig nestje bouw, Als 't duifje op d' eikentak.

Een nestje van het bloemfestoen, Den rozenkrans der Mei! (groen.

Van de eerste bloesems, 't eerste Op uw herschapen hei!

Ik weet een jong, een blozend kind. Als 't koren rank en blond,

Vol zoet gesnap al3 de avondwind Big als de morgenstond;

Sluiten