Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een frissche bloera, een eodle spruit, Geen vreemdo wonderplant:

Ik weet een blijde, blonde bruid, Die lieft en leeft op 't land!

Waar zjj treedt, treedt do winter niet, Daar laat zo een rozenspoor;

Haar stem klinkt als een lentelied Het somber najaar door ;

Zij hoort in Edens lustwarand Bij lieve zustren thuis,

Of — bij de bloemen van uw land, En in uw voilge kluis I

Bloei', met uw heide, bloeie uw huis, Van zegen, onverpoosd 1

Het veld weergalm' van 't oogstge(ruisch,

Het huig van lachend kroost! Hoor, hoor, hoe ginds de tortel kirt,

Hoe slaat de nachtegaal!

De lente strooit oranje en mirt Dat is orakeltaal I

Dat veld en woud en bloemenkour

Mijn kunsteloozen zang Welluidender in 'slandmans oor

En zoeter dan vervang. Het fluistert in den rozengaard,

Het ritselt in 't prieel: Beminnenswaard, benijdenswaard Uw weg, uw werk, uw deel!

IN DE BIBLIOTHEEK TAX EEN LIEFHEBBER.

Geleerdheid grijnst van alle kanten Hier door een stemmig donker (heen:

Aeh! met de eerwaarde folianten In perkament, als achtbre tanten, Ben ik, zoo jong, niet graag alle«n.

Hu I ijzegrimmige kwartijnen, Gij staart mij zoo verschriklijk aan, Als waar' hij erger dan profaan, Die aan uw saaien schuifgordijnen Zijn wuften handschoen durfde (slaan.

't Is boek van onderen tot boven!

Hier groeien boeken uit den grond: Ai I help I ik voel mij zoo bestoven, Als relden al die filozofen Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte, 1849.

Bouwde eens aan Babels toren mee; Hier hebt gij de oudheid, stof op (snee!

En — hoe ik van die titlen schrikte — Verwarring is hier 't groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken, Ik heb geen moed en geen pleizier; Het is of gij uit alle hoeken Mij toebromt, o pedanto boeken : «Gij zijt geen boek, wat doet gij (hier ?'

Hoor! Do oude grenen kasten kraken. De meester komt.... het vunzestof Dampt naar de zoldring duf en dof! Ik mag mjj uit de voeten maken,

Ik voel een bitsen schouderklop, Ik zie twee opgesperde kaken.... De boekeneter eet mij op!

STEM BES HARTEN.

I.

Ach, zou dat zonde zjjn, als ik mijn blijde handen Des avonds reik naar God en dankend uitroep: illeer,

Sluiten