Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar ia geloof en hoop bij iodre star te vinden,

Daar spreekt een geestenstem in 't lied der najaarswinden,

In lentezang en wiekgeklep ....

Maar ook, o menschengeest, die op uw aadlaarsreizen Den gouden sleutel vondt der wonderen-paleizen.

Ik weet geen rust dan bij een kreb I

En uit die krebbe klinkt één lied, één last u tegen :

Welzalig de armen Gods en de armen naar den geest* Wie zich het diepst verneêrt, ontvangt het hoogst den zogen.

Wie t minst bezit, ontvangt het meest.

o Laat me, bij dat woord, het hoofd ter ruste vlijen.

Zacht, als een zalige in don schoot der englenreien,

Wier vleugel hem een tente spreidt!

Laat me op de zee der eeuw mijn zeilsteen niet verliezen

Laat mij geloof mot rust, voor trots en kennis kiezen • '

Uw kennis, God! is zalighoid!

Zoek eerst, o zondaar, zoek het Koninkrijk des Heeren En al het andre wordt geworpen in uw schoot • '

Wie aan zijn poorte klopt, hij zal niet ledig keeren:

Ti- v V0d,geeft &een aa!moesi geeft geen brood I Hij schenkt de volheid van zijn beste zegeningen •

En somtijds geeft Hij aan zijii arme stervelingen '

Ook levenslust bij hemelrust,

En hecht hun hart aan de aard met meer dan aardsche banden Die Hg eens zelf ontknoopt met do eigen vaderhanden Die ginds de heilige engel kust. '

LENTE.

Laat het strooien hoedje zwieron

Op 't kastanjebruin!

Pluk een knopjen in uw tuin : Dierbre, wij gaan lente vieren Op het hooge duin.

Wij gaan juichen, wij gaan danken

Onzen rijken God,

Die uit bloemen weeft ons lot, Di° rns harte vult met klanken \ an het blijdst genot;

Die zijn bloemen in uw gaarde, in uw ziele strooit,

femelen ontplooit; Die zijn schoone, bloeiende aarde, En uw voorhoofd tooit 1

Die de leliën en rozen

Kleedt met majesteit, Zonneglans An hparih'b-iimVi .

Die ons, kindren, zorgeloozen,

viïzen wensen bereidt.

Boven eike- en lindekruinen

Aêmt de borst zoo vrij, Laat ons danken vroom en blij:

Sluiten