Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Et caetera, 'k zal eerst maar de heeren beschenken En dan wel mijn stomme Kokanjers bedenken.

7.

«Dat niemand het doel van ons toertje verklap'

Want dan heb ik eer nog pleizier van de grap!

Floor, we rukken or heen Met ons beiges alleen:

En moge, als de vrienden niet wonder verrast zijn,

Mijn hoogheid geen prins en jou zotheid geen kwast uyn 1"

8'

En d anderen morgen voor dag en voor dauw,

— De stad was nog stil en de katjes nog grauw —

Daar kwam jolig en vlug,

.. Met een zak op zijn rug,

Ons rijkskanseliertje, de bloem aller gekken,

Met aardige deuntjes zijn Majesteit wekken!

9.

Een vloek en een zucht, en de Prins stond gekleed Gepoetst en gespoord tot den aftocht goreed :

Hij gaf Floor een sigaar , . — Allergruwelijkst zwaar —

En t geestigste paar uit het land van Kokanje

irok heen — na een stevig ontbijt met champanie

10-

Maar nauwlijks zit Floorneef nog stevig en vast,

Of Sire roept uit: »VVat is dat voor een last? Wat behelst, groofce mug.

Toch die zak op je rug 1"

«Ik ben kanselier," — zegt de Nar — »dat zijn linties bn kroontjes en kruisjes voor jou en je vrindjes 1'

11.

De koning werd nurksch, maar hij vond toch per slot t Idee niet zoo gek en zijn Hofnar vrij zot,

En net tochtje ging voort,

Amuzant, ongestoord.

Het zonnetje scheen, en zij zongen en kasten De lieve Kokanjesche meisjes met lusten!

Zij naadren de grens al in wilden galop,

Daar krijscht het op eens: »Stop, je Majesteit, stop ln En ontdaan en vervaard Tuimelt Floor van zijn paard,

En rolt op zijn zak: »Ik heb alles verloren!

Genade, genade voor mij en mijn ooren !"

Sluiten