Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu ligt alles stil in hot land van Kokanje, Al prijken er velen met lintjes en franje I

L.

*k Weet niet hoe mijn poëet dit lied ten einde zong,

Ik weet nog minder hoe de Ridder zich bedwong,

(Tenzij de schrik 's mans tong en voet en vuist bleef kluisteren ■) En naar 't ondeugend rijm ten einde toe kon luisteren. (Ook, onder ons gezegd, des jonkers schalke zang —

Ik heb aan 't versje part noch deel — is veel te lang;

Heet dat een liedje / doch zijn geest was pas aan 't bloeien En vreemd nog in de kunst van schikken, sparen, snoeien I)

LI.

Maar 'k weet, dat zoo op slag het ridderlijke vat Nu, als een zwermpot, uit elkander was gespat;

Als hij subiet het een en 't ander had gekregen En stikkend in znn toorn voor eeuwig had gezwegen,

Of — als duc d' Alva — in zijn woede 't ridderkruis —

Bedenk wat razernij! — vertrappeld had tot gruis,

Als hij den zanger van Kokanje half verscheurd had,

Waarom der Muzen koor zich zeker dood getreurd had:

LH.

Het had mij niemendal verwonderd, — maar *k geloof ^ De man was niet recht op de hoogte en ietwat doof.

*t Liep zonder manslag af ten minste, en minder kluchtig; Hij keek bij elk koepiet steeds meer en meer wraakzuchtig, En werd eenvoudig dol op 't einde. Raadloos stond Hij eerst een heele poos genageld aan den grond;

Verbeet zich, nam een air, een pose, en dekreteerde:

(Terwijl zijn knoopsgat hem gedurig inspireerde)

Lm.

•Gij zijt te nietig voor mijn gramschap, kleine kwast, ^Gij waart mij al sinds lang een gruwel en een last!

Nu is de mate vol, gij zult mij zeer verplichten Met nooit uw wandling meer hier naar mijn huis te richten." Ziedaar een zeer beknopt, fatsoenlijk résumé \ an 8 mans welsprekendheid. De knaap kreeg zijn congé, De Ridder kreeg — de koorts, en ijlend zag hij Narren

Die sprongen om zijn hoofd met zulke Ridderstarren!

LIV-

Bezint eer gij begint: de grieve volgt de grap.

Mijn held kreeg ras berouw van zijn verniet-tien stap.

Ach! had hij nog een poos gestreden en geleden,

Die strijd was thans bekroond met duizend zaligheden 1

Hij schreef dien dag daarna een mooien brief; — Mevrouw

Sluiten