Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zijn vriendelijk oog

Staarde bidder d otnboog,

En b'y gchadde bei hoofd in ge<tachtea'k Heb geen kVinen geleerd,

"k Heb geon zondaar bekeerd,

Nog geen lijder getroost: laat mij wachten

Ik bei» rast in mnn lot,

Ik heb rust in mjjn God,

En mfin Ftrjjdleus is: vrede des "aemi Hoor! de westewind suiaf,

Ed bet korenveld rui acht..

Dat ia Hij, die de oogst cal venneêron.

Leid mij zaohtkem naar ha<s,

In den dienst van uw krui»,

Dien mijn ziel zich 100 liefljjk gedacht heeft 1 Dat ik werkend bezwijk'

Als een knecht van uw rjjk.

Die zijn dag-werk goloovig volbracht heeft. .

En ik hoerde hem aan,

Met een laoh en een traan:

'k Had de zon nooit 200 plechtig zien dalen En dat bleeke gezicht

Werd zoo sprekend verlicht,

Door de laatste, haar storvende stralen.

*»0.

ALBDS.

Weggedorde en weggeteerde bl&rcn,

Bloemekena van geur en kleur beroofd,

Blonde, bruine, zwarte, lijden haren,

Lotken van zoo menig dierbaar hoofd,

Verten van verliefde dichtersnaren,

Zoete toi sens onzer kinderjaren !

Roseeatr.'kken, door den tijd verdoofd : Woordjes.. . ach 100 geurig eana — nog tectte.

Die mjj aart'e en hemel hebt beloofd.... Plechtige eedea van oen kraaievederl Ach, hoe mocht :k eertijds uren lang,

Paradijs van bloe non en gesang,

By den schat van cw satijnen bladeu,

't Peinzend hoofd in tefde en weelde baden!

U bescheen der Hope stralenglans,

t Dwepend hart moelit h n uw geur zich laven -

Sluiten