Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach, spreek rag van God en rijn regen geen kwaad,

En leer mij niet zuchten en beven! Die pruilende lippen, dat hangende hoofd.... Hem voegen se 't minst, die vertrouwt, die gelooft I

O Heer! laat nog laag een vertroostend gericht

Myn weg en mijn leven bestralen:

0 leer mij dat lied, dat bezielt en verlicht,

0/ troost in <ljn boezem doet dalan....

Scheak mg dat geloof en die kracht en dien moed, Die strijdend — maar ringend, uw Hamel begroot!

GEMIS.

Toen ik hem daaglijks sprak en lag — Vol opgewooie» jon? gevoel, Dat vriendlijk oog,dieomildenlach— Want nijwaskalsenscheenwelkoel.

Beminden wij elkander: Maar n» de vriend mij is ontvaller

Toch hield ik, zoo verbeeldde ik mg. Nu voel ik 't aan myn lange smart Iets meer van menig ander; Nu klaagt,nu weetnijneenzaMnhart. Van jonger vrienden, dwaas en vrij,' Hom had ik 't liefst van allen '

lEEili.

O blonde Folly 1 o mijn «gelachtig kind I Die 't kopje tooiend, voor een vriend niet al te blind, Juii>t op dit oogenblik een sproetje, puistje, wondje Ontdekte in 't blank gelaat, vlak bij uw rozenmondje I O stipte gaetvroow! die een hinderljjk getnia Van ruimte en entre-meta bespeurdrt aan uw dieet, Een fleseh te min. en ginds een schikking van twee gasin, Wier neuzen aan die plaats elkandren niet verrasten Op aangename wjs! O handlaar, die een foat Bemerkt hebt in uw kas, al weken, maanden oad, En nachten doorstrijdt in gezelschap van uw boekea. Eb — cjjfergeesten. om een kwart proeent te xoekefIn eeuwge somme® diep bedolven, met elkaér Vermenigvuldigd tot de veelheid van iv haar, In eveneens verward, — bij geest en aelaverrekkiu Die eindloo«e op- en af-, kwadraat- en zenu wtro*-kin&. Vergeeft mg, zoo ik thans met a niet lijde. kan : Ik weet, rampzaligen ! een meer bedorven j^an,

k weet. een sort, waarbjj ik 't uwe voor geluk hond

■et noodlot eens aateors vernietigd — dor,r een drukfout Een drakfemt — smult het ie een dolksteek in nw jog Beklagenswaarde vriend, hoe kalm, hoe hoog of droog'l

Sluiten