Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfs de' inhoud der gewijde Boet en

Alleenig maar 't kritieks te niet.

Men Beeft getracht in deze vier regels den inhond weer te geren — verkort, dneh pust - van Br. J l, Doedïs. Oratio de critica studiose « Theologie exercenda. Tra), ad tinen. 1859.

XXXI.

KABETEACHTDiG TAN GEMELDE OKATIE.

Van my zult gij no oit de onwetenschappelijke bewering hooren : dit of dat is onmogelijk.

Dr. Dokdes.

Men vraagt: hoe een scherpzin nig man Zoo iets onnoozols zeggen kan? —

Hjj wil ons, in zicli-zelf, bewijzen, naar ik gis,

Dat waarlijk niets onmooglijk is.

XXXII.

METHODEN.

Men heeft de empirische en bespieglecde methode

Ook die van Bosco is bijzonder in de mode.

XXXIII.

DE RECHTE MAAT.

«Haast al te pikant is juistvanpas. I Dan waar 't ook gauw

Want zoo hot niet op t kantje was, I Weer wel wat flauw I

xxxiv.

IEEKEDICKTJES.

iZoo'n dichtje, nu, wat wil datzeggen, (Niets, — doch het leeretf overleggen Op wetenschappelijk gebied ?' | Wat waar en heiiig is, wat niet.

XXXV.

YEKMITTLUNGSTHEOLOGIE.

Man Wetenschap en mjjn Geloof, IHet is je een lust om aan te zion, Die leven saam en.... stoeien 1 — j Zoo'n recht geloovig knoeien.

xxxvi.

SANCTA THE0L0GIA.

Scherts ik met li, 't is in 't gelooven I En dat gij geven kunt noch rooven, Dat gij de w a r e schat niet zijt, Wat eeuwig mij het hart verblijdt.

Sluiten