Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■(verschillende leeraars meer of minder menschen trekken. Vandaar de uitdrukking: Op

«oeieu aan neut staan. „ik Den nu ooic op half licht gezet," zei mij onlangs

leen zeer geacht vriend. In de Amsterdamsche gemeente is deze „zonde in den vorm"

aaar ons verzekerd werd ten minste — kort geleden afgeschaft.

LXV.

EEN KIND DEK EEUW ONDER EEN PREEKSTOEL, üg Prediker, daar in de lucht, Het ongeloof velt gij ter neer:

Hebt gij dan geen woordje voor mij? «Geloof of verga!" ia 't betoog. Uw rede, als een galmend gerucht, »De Twijfel is Hoogmoed, niets meer!" Rolt ledig mijn ziele voorbij. Klinkt troostend mij toe van om-

Verborgenheên, vreemd aan't gemoed, . (il00o

Van hooger mysteries vervuld, Ach hoogmoed I Maar is dan de gaard, Door kennis en twijfel gevoed, ' Is de akker, versmachtend van dorst, Verkondt ge mijn zoekend geduld I Hoogmoedig ? — mij, strijderop aard,

Aldus ook versmacht mij de borst.

)Gij scheldt, wie het woord niet ge- Gij Prediker, daar in de lueht, r. ,, , . (looft, Hebt gij dan geen woord voor mijn

Bezegeld, door wondren, met (hart?

(kracht, En weet ge dan niet wat ik zucht? lh, vroom 1 UIf?®n a'] n het hoofd — En voelt gij dan niets van mijn VV ee d arme die bid een versmacht! (smart ?

1859.

LXVI.

IN HUYGENS' VORM.

»'t Houdt geen stéék: | Houdt het toch ; —"

Maar een Steek | Zei een Leek.

LXVII.

COTIN'S OPINIE.

't Is geen goed Christen, op mijn woord,

Die mij niet gaarne preeken hoort.

Lxvm.

IN NOMINE DEI.

- ieni haan, heel hoogen mooi gekapt, Die, naar het zeggen van den haan, Jj uiaai spjts en nijdig stond zjjn kuif I) Die arme kip niet uit kon staan.... Ji Kwam zeer tevreden aangestapt,

. Hij had een kipje doodgetrapt! Wat deed zoo n Duif ook zonder J5 a naam — natuurlijk! — van een (haan!

(Duif, |

1 De Haan: het Kleric-alisme.

WJ De Duif: Symbool van den Geest des Yredes.

P ken Kipje* Een klein Kettertje.

Sluiten