Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu toch zes duizend iaar in statu quo gebleven! t Schijnt, vrije wil of geen, dus mooglijk hiér te leven !

t Schijnt ook dat onderzoek ons niet veel verder loidt! En ik voor mij wou (met de stukken van de hoeren!) Die gansche zaak nu maar ter Griffie deponeeren,

Ter Griffie, moon 'k, van de Eeuwigheid, Die over alles vast een nader licht verspreidt I — jbh >6a r

cm.

TBOME BAAD.

Neem élles aan; dat's 't beste deel — Ook finanoiöel.

civ.

TEIJGEYIGIIEID.

De Dogmatiek — zegt Jan — die geef ik ie prosent. Doch wat hij meer geeft, bleef, tot hoden, "onbekend.

cv.

DEFTIGHEID.

Bastaard van den Ernst, die ,frazen' Tot een schijn van reden plooit, En temet een schaar van dwazon Heilig zand in de oogen strooit! Die onzinnige vertoogen

Uitbrengt met een hoog gewicht, Als gewerd ü, uit den hoogen, (Ach!) oen officieel bericht! Farizeesche, die uw naaktheid,

Die uw ijdel zielsbestaan Hult in plooien, vol gemaaktheid, In den mantel van den Waan! Gij, die nooit een hart bekoorde, Brandend van wat heilig vuur: Schrik van Waarheid en Natuur,

Deze soort van deftigheid mist alle waarheid en waardigheid.

s. s. y.

Die de Gratiën vormoordde!

Ja, die ter onzaalger nur,

Om het heiige te verkonden, Ons een toon hebt uitgevonden, Die 't gebed van 't vroom gemoed In een lach vorkeeren doet.... Hoor! wie u bewondren mogen — God vergeef mij zoo ik me ooit In uw plooien heb geplooid! Ik veracht u als do Logen;

En ik zegende den dag,

Dat ik u, door schrik bevangen

Voor der Waarheid ronden lach, Aan een Witte Das verhangen, Ergens plechtig bunglen zag!

cvi.

AAS Ds. HUMANUS, Theolog. Doet.

Gij zijt een mensofc, eenvoudig, mild, gewoon — Doch zoo gewoon, als ik mij-zelf mocht wenschen I —

Sluiten