Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoon afgeleefd in iedren lust,

Hij hunkert nog te blijven : (lacht, Hij zucht en hijgt, maar juicht en lig leeft slechts om, met kunst en (kracht, Den doodslaap te verdrijven.

1&53.

Hg 's hang in 't donker —bang alleen; Hij wil niet heen,

Bljift meedoen, beuz'len, hangen. De dwaze grijzaard dwingt, En zingt Ksa liedje van verlangen.

WA AS —MAAE.

't Is waar: oca rocht berouw kan nooit te spade kornon,

Maar — laat berouw wordt óók niet licht voor echt genomen.

KRA

Ik wenschte mij een koopren kop, Koel. vaardig te aller uur;

Geen mijmrend hoofd, nu licht dan (zwaar,

Straks brekend, berstend uit elkaêr, Vol srurm of zand of vuur.

Een hart, dat, als een friesche klok, Sloeg r,:et gelijken klop!

Geen ding, bij ieder vreugd of smart,

Bij ieder toclitjen uit do vert', In driftigen galop.

Ik wenschte mij een effen blik, Een onbeweeglijk oog.

Dat nooit verried, wat lietde of haat,

Wat lust of luim, of goed of kwaad Van binnen mjj bewoog.

CHT.

En voorts — een forschen lichaamsEen grof gespierde knuist; (bouw, Wie met de kracht desvleescheslach , Iets olifantisch' banrt ontzag

En 't geos(j<* vreest de vuist.

Ik wenschte, ik ware een dikke Geborei Stolcjin! (reus, Zoo wandelde ik door 't leven rond, Flegmatisch, kalm, bedaard, gezond, Eu kende strijd noch pijn....

O lach niet: 'k zweer u (Jat ge mij Niet om dit liedje lacht! Deez' prozawensch, deez' prozakreet Ib vol verborgen zieleleed —

Eons teedren dichters klacht.

KINDERLOOS.

I.

Arm moedertjen is zoo alleenig,

Arm moedertjen is zoo bedroefd, Do Vader, Dien zij dankte,

Heeft haar zoo zwaar beproefd.

Zij staart in 't verlatene wiegje,

Op 't speelgoed no» zwervend in 't Daar ligtzija popje; zij kust het(rond; Met bleek bestorven mond.

Haar armen zijn ledig, zoo ledig!

We», al haar levenslust!

Haar huis is uitgestorven; Zij heeft noch zorg, noch rust.

»0 vrouwe, hadde uw ziele

Nooit moedervreugd gekend, —• Zoo waart ge vreemd gebleven Aan deze lange ellend I"

Sluiten