Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

't Stil gemoed vervuld van rouw, Als de balling naar zijn Eden,

Op do velden van 't verleden

Staart de jongbeproefde vrouw, Stemmen van vervlogen jaren

Klagen, somber in liet rond,

Als 't geruisch der gele blaêren

Over dorren kerkhofgrond:

En, haar jonkheid en haar droomen,

Wat haar ""t wondre leven gaf, Wat haar 't leven heeft ontnomen,

Stijgt weer opwaart uit zijn graf: Liefde die haar kindschheid streelde,

Oude vriendschap, eerste min, Hoogtijdagen, bruiloftsweelde,

Vreugden van het jong gezin; Al wat ze eenmaal heeft genoten,

Of, in overzaalgen gloed,

Aan het kloppenu hart gesloten, — Wat haar hart nog kloppen doetl

Toch, niet in dees vredige oogen Dringt een traan van rouw en — Om uw vreugden, Lentetijd I (spijt Die te wreed de ziel bedrogen

Toen het uur sloeg van den strijdI Hier, geen hopelooze smarte,

Die de schimmen van weleer Wil omarmen, eenmaal weer.... Offer van een leidend harte,

Dankend nog voor 't geen vervloog, Rijst haar weemoed, stille, omhoog. Neen, schoon door den storm versla* De eedle ziele zal niet klagen (gen,

Om de hardheid van haar GodI Had haar leven niet zijn dagen Van geluk en van genot,

1859.

En — wie zal aan de aarde vragen

Anders dan het aardsche lot ? Zo® haar bloemen zijn gevallen, Als een lijkkrans, op de baar, Wat verganklijk is voor allen,

Moest het eeuwig zijn voor h&dr? Is de wet niet hier beneden,

Dat de Toekomst wordt Verleden? Dat de ziele derven moet?

Dat uw beste tranen vloeien Om 't geen meest het hart mag boeien, Om wat schoon is, edel, goed ? — Dat de bruidstooi, broos-geweven, Smetloos langer pi ijkt en leeft, Dan het reinst geluk van 't leven, Dat de hoogste Liefde weeft?... Maar ook — dit ons aardsche strijden, Al ons lieven, bron van lijden, Al ons bloeien en vergaan, Waard een glimlach of een traan, Is 't niet dus van God gegeven Tot een doel van hooger leven? Brengt des Levens diepste smart Niet des Hemels troost aan "t hart ? Uit uw wondre kerkhofdreven, Schoon Weleer 1 o ruischt er niet Ook een zucht, een stem, een lied, Lied des levens, lied der hope? Wijst het graf niet naar omhoog, Meer dan eenige tempelboog? Scheurt zich niet de Hemel open

Voor het minnend, weenend oog? Blinkt niet over 'tpuin van Eden, Over "t stof van ons Verleden Nieuwe lentemorgengloed...?

O, Land der Toekomst, wees gegroet 1

VARIATIE.

1 Korinthe XIV : 20. Een kind in de boosheid, een kind in 't verstand —

Zoo'n stumper, die staat niet alleen in het land.

r'aru-Tte.

Sluiten