Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zeer het offer, dat ik bracht,

U welgevallig zg 1....

,Of, Heer, zoo mg nog iets ontbreekt, „

verklaar t mij, door uw woorü.. ••

Zoo bad hn in vervoering en —

zijn Dede werd verhoord.

Hg strekte 't rustloos hoofd ter rust

en, in de nachtwaak, stond

Een bode van don hemeltroon

ynn 'g kluiznaars harde 8pond.

«Antonius! ga, maak u opt' , ,

dus luidde zgn bevel —

»Reis heen naar Alexanders stad

en, merk dit woord u wèl:

»Vraag naar een zeekren Simon daar,

* wiens huis is m de straal

Genaamd de Rechte; en, op uw beê,

ken Gods gedachte en raaa.

»Deez Simon is een Christenman, ,

wiens vroomheid juist zoo hoog

Als de uwe staat geschat, spreekt God, n in Zgn genadig oog...

Antonius rees dankend op _

en fluks, in vroom gepeis,

Van d'onbekenden vrome vol,

aanvaardde hg de reis.

Heet was de zonne der woestijn

neet ™ word niet moe ; de nacht,

Schoon bang, weerhield zijn schreden niet, .„„„v» g' maar schonk hem nieuwe kracht.

fa 't eind, na menig dagreis, blonk^ ^

Toen t brandpunt, licht

Maar déze pelgrim ^goen^og ^ ^

Voor obelisk, noch _ geyoel.

Sluiten