Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vroeg naar 'tprachtig renperk niet;

. hij zag 't — maar zag niet om.

Hg joeg met 8trokken blik voorbij

gedenknaald en kolom.

Hij joeg en vroeg, gedurig weer,

naar Simon, Simon slechts I Ras vond hij straat en huis.... doch stond

en keek toen, links en rechts ....

Hij trad op 't laatst (wat kalmer toch)

een zeekro werkplaats in,

Daar Simon zat, te midden van

zijn ijverig gezin.

«O Simon, wees gegroet!" riep hij ;

ook Simon zei: «Gegroet I" En sloeg terwijl oen schuinen blik

naar 's pelgrims barren voet

— «Gij zijt een Christen ?" — «Dank zij God!"

( — »\Vat doet ge, o heilig man ?"

— »'k Lap schoenen," sprak de heiige weer,

«Och, geef die leest reis anl"

— «Ja doch, wat meer?" — «Wat meer? ei Heer!

t Ik werk van 's morgens vroeg

Tot '8 avonds laatl mijn trouwe God

geeft me altijd werk genoeg "

— «Zoo geeft ge van uw ruim gewin

wel veel in aalmoes weg?"

— «Dat weet ik niet! ons groot gezin

eischt zuinig overleg."

— «Doch bij uw werk vaat peinst ge veel ?"

. zing den ganschen dag. Mg dunkt dat hij die bidt en werkt,

ook zingen kan en mag I"

— «Gij bidt dus veel.... hoe menigmaal!"

En de ander sprak: «Gezet Des avonds rijst mijn dank tot God,

des morgens mijn gebed."

— «En hoeveel uren brengt gij door,

gewoonlijk in gebeên?

Hoe lang wel rekt ge uw nachtwaak soms?"

— «Ik, Heer? — Ik slaap meteen....

Sluiten