Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De maübrief.

DE MAILBRIEF.

(fragment van een Delftsche Tertelling ; — medegedeeld als een kleine bijdrage tot de konnis Tan liet üoliandscli familieleven in de XIXde eeuw, 2de helft.)

... Daarom zal een mensch zijn vader en zijn moeder verlaten. •.

RBRSTE ZANG.

I.

Mijn oude luim koert weer en 't jonge hart komt boven I Te midden van den strijd van 't denkon en gelooven,

Van 's levens ernst en zorg en moeiten en verdriet,

Verlucht' zich hart en hoofd in 't geestontspannend lied.

'k Heb dikwijls pgn in 't brein en weemoed in het harte —

Doch, weet ge, t vrooLjjk Rijm ia balsem voor mijn smartet

li.

Is 't ook een tijd waarin wij leven I ach wij hooren Geen geestig liedje schier uit Hollands dichterkoren I En 't lieve Vaderland, het schijnt me al meer en meer Eén godgeleerd dispuut, waar ik mij wende of keer'....

O Muzen mijner Jeugd, o schalken, zorgeloozen!

Laat me aan uw hart een wijl van al dien strijd verpoozenl

in.

Nog bloeit mijn lentehof! Mogo uit de groene twijgon Nog eens dan als weleer de Jartle wildzang stijgon 1 Als in het leven-zelf, zoo meng zich in mijn dicht De weemoed met do scherts, de schaduw met het licht:

Hij die geen ernst verstaat dan ernst in groote woorden,

Hij luister liever niet naar deze maatakkoorden.

IV.

Wil niemand luistren ? Goed. Geen mensch kan mij beletten Voor mijn genot een klein verhaaltje op touw te zotten:

Een ijdelEeid misschien, een dichterdroom, een gril,

Waaraan ik denken kan, als ik niet denken wil;

Een vorm, waarin mijn hart gansch kunstloos eens mag luchtaB Wat me in dit lieve dal soms lachen doet of zuohten I

v.

'k Was nooit een dichter om in luoht en wolk te zweven,

'k Zoek mijn fortuin liefst in de waarheid van het leven.

Ik zit graag en vertel in 't hoekje van den haard,

Of, 's zomers, in do tent, in onzen rozengaard,

Aan oen intiem Publiek, wat al mijn oogen zagen,

Mijn hart hier hoeft gevoeld, nii of in vroeger dagen ....

Sluiten