Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LX.

Verliefden rijn te vree, te land of op de baren,

„Uw hart en — een kajuit T is 't woord der jonge paren. Philippe en Philippine, in een en notedop,

Zijn zeer gelukkig saam, ook op het ruime sop.

Het afscheid viel wel zwaar — doch Jonkheid, Moed en Liefde, Zij kwamen 't hart te hulp, eer 't schip de golven kliefde.

i.

Maar w#e die bleven! Hoor, het stormt! De scheeve Toren Van Delft houdt zich weer flink en taai, als ooit te voren;

Maar *t stormt in menig borst, vol angst en onrust, mee. De moeder strijdt en bidt: de kindren zijn op zee!

En de arme vader gaat zijn weerglas bestudeeren,

Dat zegt „veranderlijk" — als Breêroo: ,/t kan verkeeren.°

xl

En ach, deze angst is een beginsel maar der smarte,

Steeds dreigend nu voortaan uit de onbekende verte,

Waar *t aangebeden kind, naar 't oude Bijbelwoord,

Den man gevolgd is, wien haar teeder hart behoort;

Den man — den Roover, dien de moeder in haar droomen Reeds b\j haar dochters wieg, uit Java, aan zag komen!

hl

Want zoo is 't noodlot van een teedren Delftschen vader En moeder: steeds vervolgt hen de oostersche verrader,

Die op hun kindren loert, hun dochtren lief en schoon,

Steun van hun ouderdom of hunner liefde kroon! —

Verraders noemt men hier Studiosi die naar d' Oost gaan, En hun verliefden blik op 't zoete Delftsche kroost slaan.

xm.

Trekvoetl» zijn ze, die vaak de eêlste Delftsche duifje*

Meevoeren als hun schat, hun kroon, hun prooi, hun kluifjes; "Wreed — als een lammergier, die, hoe de moeder treurt, Het eenig ooilam aan haar droeve borst ontscheurt. De waarheid evenwel dringt mij er bij te voegen:

Het lammetje neemt, in dat scheuren, ook genoegen!

XIV.

*Toch, wie daar immer van die jeugdige ongelukken Mijn troost, mijn kroost, mijn schat wou aan mijn hart ontrukken Dat knaapje sta vroeg op en — wachte zich voor schand!

Mijn englen blijven hier, bij mij, in 't vaderland.

Is dat de mode thans zoover maar heen te zwerven?

't Is levend sterven voor elkander — levend sterven I

xv.

Zoo sprak of dacht wel vaak, het hart vol liefdezorgen,

Vol angst en ernst, temet in dwazen luim verborgen,

Sluiten