Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heidebloem noch riet verstoot, Maar laat bloeien Hem ter eere!

U ook is die taal bekend En haar geur rijst yan uw lippen, Als de zuchten u ontglippen,

Die gij schreiende opwaarts zendt. Tranen, niet om eigen rouwe; Zuchten, niet om eigen smart; Want vervuld is heel uw hart Van Gods Vreeze, Liefde en Trouwe.

U past enkel dank voor God 1 Louter zuchtjes van genoegen Doen uw zachten boezem zwoegen,

In uw eigen heilrijk lot.

Maar — zoo rijk in teederheden, Rijk in schoonheid, jeugd en geest, Wijdt gij andren liefst en meest Uw welluidende gebeden 1

De Armoe, morrende in haar nood, Leert gij stil de handen vouwen, Bidden, met een vol vertrouwen: 19*7.

>Geef ons, God, ons daaglijkech (brood 1" Gij zijt Vrouw en Engel tevens! Aan uw kranken brengt gij spijs, Laafnis weduw', weeze en grijs, En aan allen 't Brood des Levens!

't Woord, die Boom van Edens hof, Bloeit nu in de schaamle kluizen, En op 't heidewindje suizen

Psalmen van Gods liefde en lof! De eenvoud volgt uw vrome zeden, En vervuld is de avondlucht Vaak van menig stille zucht. En de geuren der gebeden.

Zalig de armen naar den geest, Zalig de Engel in hun midden, Die hen dag op dag leert bidden,

Leert hoe men den Heere vreest. Spade dekke u 't ljjkgesteente; Gij moogt leven na den dood, En zaclit sluimren in den schoot Van uw biddende Gemeente 1

HOE ZICH EEN DICHTER TROOST.

Probatam ett.

Geen goud heeft ooit mijn oog getrokken Dan 't zijden goud van maagdelokken,

Dan 't purpren goud van d' avondstond;

Dun, rijke muze dezer dalon,

Aurora met den krans van stralen!

De gouden rozen in uw mond;

Dan 't bruine goud der beukoblaêren,

Het blonde goud der ruischende aren,

Het maatgeluid van gouden snaren ;

Dan 't heilig goud, dat Liefde en Echè Door 'b Bruigoms witbesneeuwdo haren

In groene mirtekransen vlecht,

Of — op des voorjaars milde wogen De stroomen van den gouden ,regoe>

Sluiten