Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Het menschenhart behoort den (Heere 1

En daar is vrede, vreugd noch licht 185».

Dan op den engen weg — t« Plicht*

NAAR 'X BELOOFDE LAND.

(Bij de tekende Kunstplaat: P l

Haar pad in 't leven Loopt eenzaam af;

Reeda buigt zich de oude Naar 't wachtend graf.

Maar 't vredig harte,

Maar 't hopend oog,

Het rijst naar Boven, Het blikt omhoog.

Heur ziel bereidt zich, ln vroom gepeis,

Ter leste, korte,

Dooh groote reis.

Het donker poortje Verschrikt haar niet;

Daar aohter sohemert Een licht verschiet.

1860.

sparing for the Promised Land.)

De zon, door 't venster,

Bestraalt het blad Van 't boek de» Levens,

Haar troost, haar schat; Uit de oeuwge blaadren

In 't stil gemoed Straalt licht, meer koestrend Dan lentegloed 1

Gods licht en vrede

Doorstroomt de kluis Vol profetieën

Van 't hemelsch Huis! Daar fluistren stemmen

Uit ver weleer.

Haar hart zegt: «Amen, Kom haastig, Hoer!"

BIDDEN.

Hij redeneert niet, hij die bidt I Die redeneert,

Hij bidt niet, of hij doet zoo 't een als 't aêr verkeerd.

1890.

AAN DE WATERSNOOD-POËTEN.

mUMiravAii t.on voordeele der Overstroomden en in het belang der Kunst.)

Op, Watersnoodpoëten!

(Ko heeft zijn vers al klaar, En »Water....soep" zal 'theetoni)

Op, eedle, vrome schaar!

Fluks aan het verzen lijmea Vol geestdrift en gevoel,

Want nu zijn alle rijmen Geheiligd door het Doel!

Op, 't is nu tijd van zingen,

Heel akelig — dat spreekt! Laat allen handenwringen,

Sluiten