Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de éénheid van het menschelijk geslacht.

Ook onder de evolutionisten zijn er sommigen, Haeckel bijv., die de leer zijn toegedaan, dat de verschillen, welke tusschen de menschenrassen gevonden worden, hun oorsprong uit één enkel menschenpaar uitsluiten. Anderen, die het fixisme te ver drijven, meenen, evenzeer op grond dier afwijkingen, dat zoodanig rasverschil, evenmin als soortverschil, toelaat den éénen oorsprong aan te nemen.

Daarom nemen zij allen verschillende centra aan, waar onafhankelijk van elkander verschillende menschenparen geschapen of door evolutie ontstaan zijn.

Hieromtrent valt het volgende op te merken:

1°. De vraag loopt over den oorsprong van alle menschen uit een paar stamouders. Uit de éénheid van soort, die, naar wij zien zullen, zeer goed bewijsbaar is, volgt nog niet, dat zij allen uit één paar ouders afkomstig zijn.

2°. De menschelijke rede alléén kan op het tegenwoordige standpunt der wetenschap het feit van den gemeenschappelijken oorsprong aller menschen niet volstrekt bewijzen. Daaromtrent geeft alleen de openbaring ons zekerheid.

3°. De rede op zich kan alleen de mogelijkheid en de waarschijnlijkheid daarvan aantoonen. De mogelijkheid (die reeds vanzelf uit de éénheid van soort volgt), door te doen zien, dat de werkelijk bestaande verschillen door allerlei oorzaken kunnen verklaard worden; de waarschijnlijkheid, door te doen zien, dat

Sluiten