Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitziet als de vorige, doch alleen een anderen stand inneemt, zoodat de vlakken van den laatsten juist staan dédr waar de kanten van den eersten stonden. In fig. 23 en 24 zijn zij beide voorgesteld en ter onderscheiding noemt men de eerste positieve, de andere negatieve rhomboëder. Hetzelfde is natuurlijk bij den tetraeder en de sfenoiede het geval (zie bij vaalerts en koperkies). Fig. 21 vertoont een combinatie van beide' waarin de positieve de overhand heeft en het zal duidelijk zijn, dat indien zij even sterk ontwikkeld zijn men de oorspronkelijke hexagonale pyramide weer geheel terug krijgt. Dit geval komt in de natuur niet zelden voor. Beschouwt men een goed ontwikkeld bergkristal, zoo ziet men dat de pvramidenvlakken bijna nooit evengroot zijn niet alleen, maar dat bovendien meestal drie vlakken glad en spiegelend, de drie andere eenigszins ruw en dof zijn. Het is hier slechts een schijnbare pyramide, doch in werkelijkheid een combinatie van de beide genoemde rhomboëders, die in alle eigenschappen genoegzaam met elkaar overeenkomen behalve in den glans en de grootte der vlakken.

§ 9. RHOMBISCHE-, MONOKLIENE- EN TRIKLIENE STELSEL. In de regulaire en tetragonale stelsels zijn de assen B en G (fig. 16) even lan^; dit is niet meer het geval bij het rhombische stelsel. Hier hebben wij dus drie assen, die loodrecht op elkaar stam, doch ongelijk van grootte zijn. Een rhombisch prisma ziet er dus uit als een tetragonaal, alleen met het onderscheid dat de vlakken geen rechten hoek meer met elkaar maken, doch in doorsnede den vorm van fig. 14 hebben (').

Wij laten de assen A en B in denzelfden stand als boven doch veranderen dien van C. evenwel zóo dat deze steeds loodrecht blijft op A. Dan snijden B en C elkaar onder een scheven (klino) hoek en men heeft de grondlijnen van het monokliene (mono = één) stelsel. Hier zijn dus de 3 assen ongelijk van grootte en alleen de vertikale as staal nog loodrecht op elk der heide andere.

Is ook dit niet meer het geval, m. a. w. wordt de stand van A schuin ten opzichte van B en C dan krijgt men drie scheve hoeken der assen: het stelsel wordt triklien.

Terwijl dus het regulaire stelsel het regelmatigste geval voorstelt dat in de natuur aanwezig kan zijn, hebben wij de regelmatigheid bij de volgende stelsels van lieverlede zien verminderen, zoodat men bij het trikliene stelsel

( ) Het is zeer aan te bevelen de assen der verschillende stelsels b. v. door drie stokjes na te maken en de uiteinden door touwtjes te verbinden. Men verkrijgt dan overal de pvramiden eu het onderlinge verschil valt spoediger in het oog.

Sluiten