Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. GEDEGEN PLATINA.

Wordt niet zelden gevonden in serpentijn of in de nabijheid daarvan als stroomafzetting, begeleid door chroomijzererts, raagneetijzer, zirkoon, korund, soms door diamant en goud.

V. meest platte korrels en blaadjes.

Snijdbaar.

H. 4—5.

SG. 17.

KI. zilverwit of grauwachtig.

Ch. lost niet op in verdund salpeterzuur, wel in koningswater (3).

3. GEDEGEN ZILVER.

In gangen, meest in kleine hoeveelheid en vergezeld door andere zilverertsen, ook wel door gedegen koper (zie ook 4).

V. hoornachtige, mosachtige, haarvormige figuren.

Snijdbaar.

H. 27,—3.

SG. 10—11.

KI. zilverwit meest zwart aangeloopen doch op de breuk of een snijvlak goed te zien.

Ch. lost in verdund salpeterzuur gemakkelijk op en geeft een kleurlooze vloeistof waarin zoutzuur een dik wit neerslag doet ontslaan (8).

3a. HOORNZILVER.

Sleeds mei andere zilverertsen, dikwijls aan de uitgaanden der gangen. V. meest als korstvorm.

Snijdbaar.

H. 1-1%

KI. grauw, lichtblauw, of -groen.

Cli. lost langzaam in ammoniak op. Zuren lossen het zoo goed als niet op (3).

4. ZILVERGLANS.

Dit en het volgende mineraal komen wel niet zeer verspreid in de natuur voor, behooren echter tot de voornaamste zilverertsen. Men vindt ze gewoonlijk bij elkaar met audere zeldzamere zilverertsen en vergezeld door gedegen zilver, loodglans, koperkies, ook wel gele zinkblende en gedegen arsenikum, met een gangopvulling van kwarts of kalkspaat, zelden van ijzerspaat of zwaarspaat. V. kristallen meest onduidelijk, gewoonlijk in figuren als zilver en koper.

Sluiten