Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. Ziiikei'tsen.

1®. ZINKBLENDE (BLENDE).

Zeer verspreid mineraal; wordt bijna altijd gevonden waar loodglans en koperkies in gangen optreden. Begeleidende ertsen zijn verder nog mispickel, pyriet en vaalerts. De zinkblende wordt slechts bij uitzondering voor de bereiding van zink gebruikt, meestal wordt het als een zeer onaangenaam hijmengsel van de koper- en loodertsen beschouwd en eenvoudig weggeworpen. V. kristallen meest niet duidelijk, dikwijls dicht, soms kromschalig. S. rhombendodecaeder.

Zeer bros.

H. 37,-4.

KI. de kiistallen meest bruin, zelden zeer licht; de dichte soorten ook wel zwart.

St. zeer licht geel of geelbruin.

De lichtgekleurde kristallen zijn meest doorschijnend.

18. ZINKSPAAT.

Dit mineraal, gewoonlijk galmei genoemd, is het voornaamste erts waaruit het zink wordt bereid.

K. V. als kalkspaat (39), de kristallen echter meest zeer klein in druifachlige

aggregaten.

H. 5 (39).

KI. meest lichte kleuren in geel, bruin en groen.

Ch. bruist met zoutzuur (19). Is fijn gepoederd ook in sterke kaliloog oplosbaar.

19. KIEZELZINKERTS.

Een zeer belangrijk zinkerls (kiezelgalmei) dat meest in vrij dichten toestand voorkomt. In de gewoonlijk in groot aantal aanwezige holten is echter het mineraal in kleurlooze doorschijnende kristalletjes gevormd, die de eigenaardigheid vertoonen van met het puntige uiteinde te zijn vastgegroeid, terwijl het vrije einde meest niét puntig is, op de wijze van lig. 38.

H. B.

KI. geel of bruinachtig, dikwijls gevlamd, (van het dichte erts), kleurloos (kristallijn).

Ch. bruist niet met zoutzuur (18) doch is daarin wel oplosbaar

Sluiten