Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dikwijls komen beide soorten tegelijk voor. Zijn er veel meer afgeronde dan hoekige stukken in aanwezig, zoo noemt men het gesteente een conglomeraat, in het omgekeerde geval een breccie.

Daar het afronden een gevolg is van de mechanische werking van het water en de aldus gevormde stukken meest daardoor een eind zijn medegevoerd, kan men in het algemeen zeggen dat een breccie alleen kan gevormd worden dicht bij de oorspronkelijke ligplaats van het vergruisde gesteente, terwijl een conglomeraat daarvan in den regel veel verder verwijderd is ontstaan.

Even als boven voor de zandsteenen is opgegeven zijn ook de conglomeraten en brecciön door een of ander cement verhonden.

§ 6ê. OVERGANGSGESTEENTEN. Wij hebben hier b.v. onderscheid gemaakt tusschen een zandsteen en een kwartsconglomeraat, ofschoon zij alleen verschillen in de grootte der samenstellende deelen. Het zal echter gemakkelijk te begrijpen zijn dat bij een middelbare grootte hiervan het genoemde onderscheid niet meer bestaat, en dat men dikwijls in twijfel zal zijn of men met een kwartsconglomeraat of met een grofkorreligen zandsteen te doen heeft. Een dergelijk gesteente, dat dus den overgang vormt tusschen twee andere noemt men een overgangsgesteente (').

Dit kan nog op een andere wijze ontstaan. Een zandsteen met kalkcement b, v. noemt men een kalkzandsteen; neemt nu de hoeveelheid cement toe, terwijl die der kwartskorrels vermindert, dan krijgt men een overgang tot zuiveren kalksteen en al naarmate meer zand of meer kalk aanwezig is spreekt men van een kalkzandsteen of een zandigen kalksteen.

Dergelijke overgangen vindt men in de natuur zeer veelvuldig, zoowel bij de sediment- als bij de massiefgesteenten.

§ «5. TOEVALLIGE BESTANDDEELEN DER GESTEENTEN. Nog op een ander punt moet de aandacht gevestigd worden. Het komt dikwijls voor dat b. v. in kalksteen een of meer mineralen o. a. granaat aanwezig zijn; het gesteente verliest echter daardoor zijn karakter als kalksteen niet en men drukt het eenvoudig uit door het te noemen: een granaathoudende kalksteen.

Eveneens komen in graniet soms andere mineralen dan kwarts, veldspaat, glimmer en hoornblende voor, die niet tot de wezenlijk samenstellende deelen van den graniet behooren.

(*) Deze uitdrukking moet niet verward worden met hetgeen men vroeger daaronder verstond en

nog wel in sommige leerboeken voorkomt, n. 1. zekere oude meest schieferige gesteenten die nog onder de oudste fossielhoudende formatie gevonden worden.

MINERALOGIE EN GEOLOGIE. 7

Sluiten