Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elk dezer groepen is dan weer onderverdeeld in enkelvoudige en gemengde gesteenten, waarbij natuurlijk geen rekening is gehouden met de toevallige bestanddeelen.

De verdere verdeeling zal uit het vervolg blijken.

A. KRISTALLIJN*: GESTEEMTEM.

I. ENKELVOUDIGE KRISTALLIJNE GESTEENTEN.

1. STEENZOUT (BERGZOUT).

§ 9O. Komt in eigenschappen geheel met het mineraal steenzout (§ 58 n°. 34) overeen. Het is bijna nooit zuiver, doch bevat enkele andere stoffen (chloormagnesium, chloorcalcium) die de eigenschap bezitten water uit de lucht aan te trekken. Van daar dat steenzout vochtig aanvoelt.

Waar het onder den grond aanwezig is, zijn dikwijls in den omtrek zoutwaterbronnen te vinden. Omgekeerd is het voorkomen dezer laatste niet zelden een kenmerk voor de nabijheid van het eerste.

In de natuur komt steenzout bijna altijd in gezelschap van leem en gips (§ 106 en 74) voor.

S. KALKSTEEN.

§ M Bezit dezelfde samenstelling en eigenschappen als het mineraal kalkspaat (§ 39 n°. 39). Het beste middel ter herkenning, behalve de hardheid is de gemakkelijkheid waarmede het, ook in stukken, in koud verdund zoutzuur oplost met sterk opbruisen. Is de kalksteen verontreinigd dan blijven de bijmengselen meestal achter.

De kleur is tamelijk veranderlijk, doch hebben wit, en in het algemeen bleeke kleuren de overhand: zeldzamer zijn zwarte kalken (stinkkalk), die echter steeds een witte streek vertoonen. Dikwijls zijn zij gevlamd of gestreept en geaderd (o. a. bij marmer).

Men onderscheidt:

a. Korrelige kalksteen (marmer).

Duidelijk kristallijn, grover of fijner. De eigenaardige habitus van vele marmersoorten wordt uitgedrukt door den naam »suikerachtig". Deze soort bevat accessorisch soms een groot aantal mineralen in prachtig gekristalliseerden

Sluiten