Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen vrij los van natuur is (zandsteen), voor het grootste gedeelle verwijderd, zoo loopen op de oppervlakte van het meer weerstand biedende gesteente P de riviersystemen in alle mogelijke richtingen, geheel tegen de regels die daarbij in normale gevallen de heerschende zijn en kan het b. v. voorkomen dat een rivier op A ontspringt, en door B, hooger dan A, heenbreekt.

Zelfs kan tengevolge van later werkende krachten het gedeelte B nog langzaam zijn opgeheven, zonder dat daardoor de rivier gedwongen werd een anderen loop aan te nemen, en daardoor het verschil in hoogte tusschen A en B veel grooter worden.

§ ÉaH. Zijdelinysche erosie in een rivierbed heeft steeds plaats waar de kracht van het water aan beide oevers niet dezelfde is, dus ook altijd daar waar de rivier een — zelfs kleine — buiging maakt. lu het algemeen is de stroom daarbij aan den hollen kant hel sterkst: de erosie werkt aan die zijde dus meer in en het gevolg is dat de kromming hoe langer hoe dieper wordt. In fig. 145 is abcd de linkeroever, pqr de rechteroever van zulk een rivier, dan zal men zich kunnen voorstellen dat tengevolge der erosie de linkeroever in abc' d is gekomen. Bleef daarbij de rechteroever op zijn plaats, dan zou de rivier aldaar de breedte c' q verkregen hebben en dus verbazend ondiep geworden zijn. Dit is echter niet het geval: juist door de sterke erosie wordt de rivier aan den linkeroever zeer diep en komt aan die zijde dus verreweg de grootste hoeveelheid van het rivierwater. Gaat de erosie verder dan verplaatst zich dus de rechteroever eveneens naar links en komt ten slotte in p q' r. Het gedeelte pq' q r is dan droog laag land, bestaande uit de oude rivierbedding en de daarop achtergebleven sedimenten (landtong).

Het geval kan zich ook voordoen dat de scherpe kromming niet zoo gelijkmatig is en de bocht meer den vorm heeft van lig. 145. Dit kan echter alleen in het klein voorkomen. Een gedeelte van het water loopt dan met groote snelheid tusschen a en b door; een ander gedeelte botst bij a tegen den wand en verkrijgt daardoor een terugstroomende richting: de snelheid van dezen terugstroom neemt van a tot c af en wordt bij c overwonnen door het van d komende water; tusschen c en a ziet men dan hel water een eigenaardige draaiende beweging aannemen en zelfs plaatselijk tot stilstand komen, zooals in de figuur door pijltjes is aangegeven.

Door deze zijdelingsche erosie kan ten slotte de scheidingsrug tusschen twee rivieren of tusschen twee bochten van dezelfde rivier doorgeknaagd en het rivierstelsel geheel veranderd worden.

De afzetting van sedimenten in een rivier heeft dus hij voorkeur plaals

Sluiten