Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h. hij moet op de hoogte zijn van het drijven van putten (schachten) en tunnels (galerijen) en kunnen omgaan met springmaterialen (dynamiet enz.);

Ie. hij moet een sterk gestel bezitten en geschikt zijn om met de bevolking van het door hem te bereizen terrein om te gaan; goede trouw in alles behartigen en in het algemeen politiek doch, waar het zijn moet, ook flink optreden, wien deze dingen niet mogelijk zijn, zal dikwijls zoer weinig succes hebben.

Uit het bovenstaande volgt dat een onderzoeker niet behoeft te zijn een geleerde, maar — wil hij werkelijk volbrengen wat van hem verlangd wordt — evenmin iemand die van mineralogie en geologie slechts eenige uiterst oppervlakkige kennis bezit; hij behoeft geen groot theoretikus te zijn, maar moet evenmin uitsluitend praktikus zijn; iemand die jaren lang in de Transvaal of in Australië als gewoon mijnwerker heeft geleefd en overigens geen theoretische of praktische kennis van de mijnvakken bezit kan daardoor tot een tamelijk bruikbaar opspoorder in die streken zijn geworden doch mist geheel de eigenschappen die hem geschikt maken om in een ander land, met dikwijls totaal verschillende geologische eigenaardigheden, mijnbouwkundige onderzoekingen te verrichten.

Hoe men bij deze laatste moet te werk gaan hoop ik in de volgende bladzijden aantetoonen. Omtrent de onderwerpen sul) a—d vindt de lezer het noodige vermeld in de voorafgaande hoofdstukken van dit boek; over het sub e genoemde handelen § 224—228 aan het einde van dit hoofdstuk, terwijl de behandeling der meetinstrumenten en de scheikundige onderzoekingen (essayeeren) niet in een werk als dit thuis behooren en dus uit een der verhandelingen over landmeten en metallurgie moeten worden gevonden.

Wij hebben echter wel te onderscheiden tusschen opsporingen en eigenlijke onderzoekingen.

Het doel, dat met het opsporen (prospecteeren) wordt beoogd is het constateeren van een of ander nuttig mineraal in een natuurlijke ligplaats; het nagaan en vervolgen van die ligplaats aan of dicht onder de oppervlakte; het bepalen van de ligging dier punten op de kaart en het nemen van monsters van het erts.

Bij het onderzoek tracht men de ligplaats ook naar de diepte te vervolgen of moet de vermoedelijke voortzetting er van op theoretische gronden bewezen worden; de verschillende onderzoekingswerken moeten op de minst kostbare wijze en toch met de meeste kans van slagen worden uitgevoerd; alle werken

Sluiten