Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het gewijzigd wetsontwerp luidde dit artikel: „De gemeenteraad kan voor het verrichten der werkzaamheden in de artikelen 20 en 21 opgedragen aan de plaatselijke commissiën van toezicht of aan burgemeester en wethouders, eene of meer bijzondere commissiën instellen. Indien meer dan eene commissie wordt ingesteld, wordt iedere commissie voor een bepaald aangewezen deel der gemeente benoemd.

Van het bestaan van zoodanige commissiën wordt onverwijld aan den arrondissements-schoolopziener kennis gegeven

Behoudens eenige wijziging, is, hij wijze van amendement, voor het bovengenoemde artikel het tegenwoordige artikel in de plaats gesteld, met welks strekking zich de Minister heeft kunnen vereenigen.

Bij het voorloopig verslag le Kamer werd gevraagd, waarom is, als de gemeenteraad zich niet van zijne taak kwijt om eene commissie tot wering van schoolverzuim in te stellen , in het 8ste lid afgeweken van den regel bedoeld in art. 126, tweede lid, der gemeentewet en reeds dadelijk de Commissaris der Koningin tot handelen geroepen ? Op die vraag antwoordde de Minister bij zijne memorie, dat het ontbreken dezer commissiën, uitvoering der wet onmogelijk maakt, waarom bij nalatigheid van den gemeenteraad de weg tot het in het leven roepen der commissie zooveel mogelijk moet worden bekort, dat afwijkingen van den bedoelden regel in dergelijke gevallen meer voorkomen , b. v. in art. 32, tweede lid, der wet tot regeling van het lager onderwijs.

Art. 23. § 1. Met geldboete van ten hoogste vyftien gulden worden gestraft ouders, voogden en andere in artikel 1 genoemde verzorgers, die eene in artikel 1 en artikel 6, sub 2°., omschreven overtreding plegen in een van de volgende gevallen:

1°. indien de overtreding betreft een kind, dat ambtshalve als leerling eener lagere school is ingeschreven, en de over-

Sluiten