Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het verbond, dat God met de vaderen gemaakt had, het geheele volk was ingeprent. Want de geboorte der Israƫlieten uit een heilig geslacht, dat God zich ten eigendom had uitverkoren, openbaart hij niet als iets nieuws, maar hij herinnert slechts, wat allen wisten, en wat de ouden zelf van hunne voorvaderen hadden ontvangen, kortom, wat niemand onder hen in twijfel trok. Daarom mogen wij er niet aan twijfelen, ot de schepping der wereld, gelijk die hier beschreven wordt, was door de oude en onafgebrokene overlevering der vaderen reeds bekend. Maar omdat de menschen niets gemakkelijker doen, dan de waarheid Gods veranderen, zoodat zij na verloop van tijd als 't ware ontaardt, wilde de Heere haar in schrift laten brengen, opdat eene zuivere geschiedenis zou bewaard blijven. Mozes heeft dus de geloofwaardigheid van de leer, in zijne schriften vervat, bevestigd, zoodat ze niet door lichtzinnigheid van menschen kon verminkt worden.

En nu kom ik terug op de bedoeling van Mozes, of liever des Heiligen Geestes, Die door zijnen mond heeft gesproken. Wijl God onzichtbaar is, zoo kennen wij Hem alleen uit zijne werken. Om deze oorzaak noemt de Apostel de eeuwen bewijzen van onzichtbare dingen, Hebr. 11 vs. 3, of om zoo te zeggen ; eene verschijning van iets, dat niet verschijnt. Dit is de reden, waarom de Heere ons het kunstgewrocht van hemel en aarde laat zien, en zich daarin te aanschouwen geeft ; dat Hij ons wil uitnoodigen om Hem te leeren kennen. Want beide zijn eeuwige macht en Goddelijkheid blinken daarin uit, gelijk Paulus zegt Rom. 1 vs. 20. Ook is het maar al te waar, wat David zegt: dat de hemelen, schoon niet begaafd met een tong, toch welsprekende lofredenaars zijn van Gods heerlijkheid, Ps. 19 vs. 1. Stilzwijgend vertelt de allerschoonste orde der natuur, hoe verwonderlijk Zijne wijsheid is. En hierop hebben wij des te vlijtiger acht te geven, omdat zoo weinigen den rechten weg der kennis Gods behouden, en de meesten in het schepsel blijven hangen, zonder zich te bekommeren om den Werkmeester ; want de menschen vallen gewoonlijk in deze beide uitersten. Sommigen zien God voorbij en leggen zich met al de kracht van hun verstand toe op de beschouwing der natuur, anderen echter laten Gods werken stil liggen en verheffen zich met eene al te dwaze en onzinnige nieuwsgierigheid, om Zijn wezen na te speuren. En hierin doen beiden verkeerd. Bezig te zijn met het onder-

Sluiten