Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vat niet alle krachten der ziel. Want Mozes bedoelde niets anders, dan de levenskracht van die gedaante uit stof te verklaren, als de oorzaak waardoor de mensch begon te leven. Paulus maakte 1 Cor. 15 vers 45 de tegenstelling tusschen deze levende ziel, en den levendmakenden geest, dien Christus den geloovigen schenkt, met geen ander doel dan om te leeren, dat in Adam's persoon niet de volmaakte staat des menschen is geweest, maar dat dit de bijzondere weldaad is van Christus, dat wij worden vernieuwd tot een hemelsch leven, terwijl het zelfs vóór Adams val alleen maar aardsch was, omdat het geen onveranderlijkheid en standvastigheid had.

8. Ook had de Heere geplant. Thans voegt Mozes er aan toe, hoedanigen staat en regel des levens den mensch was gegeven. En in 't bijzonder verhaalt hij, in welk deel der wereld hij was geplaatst, en hoe vruchtbare en aangename woonplaats voor hem was uitgekozen. Dat God dien hof heeft geplant, verhaalt hij in ongeleerde en ongekunstelde Dewoordingen, zich richtende naar de bevatting van het volk. Want omdat Gods Majesteit naar haren aard niet kan worden uitgedrukt, spreekt de Schrift gewoonlijk menschelijkerwijs daarvan. Zoo had dus God het Paradijs geplant op eene plaats, die Hij met veelvuldige bekoorlijkheid, met overvloed van allerlei vruchten, en met alle andere uitnemende gaven eenigermate had toegerust. Dus, zoowel om de sierlijkheid der ligging als om de schoonheid van ligging, wordt het Paradijs een tuin genoemd. De oude overzetting heeft niet ten onrechte vertaald door „Paradijs", daar juist de Hebreen □'D~n3, (Paradisin,) als naam van nog al sierlijke tuinen gebruiken. En Xenophon, handelende over grootsche en kostbare tuinen van koningen, zegt, dat het een Perzisch woord is. Dit was het uitgelezene gebied, dat God voor Adam als Zijn eerstgeborene bestemde.

In Eden. Dat Hieronymus verkeerdelijk heeft overgezet „van den beginne" is genoegzaam zeker, omdat Mozes later verhaalt, dat Caïn heeft gewoond in eene streek zuidelijk van die plaats. Voorts moet worden opgemerkt, dat als hij het Paradijs in 't Oosten laat liggen, dat hij dan spreekt met 't oog op Judaea, want hij richt zijn verhaal tot zijn eigen volk. Hieruit besluiten wij dus allereerst, dat er eene zekere landstreek is geweest, die God den eersten mensch heeft toegewezen, om daarin zijne woonplaats te hebben. En hierop wijs

Sluiten