Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondergaan, van zelfs voor Gods aangezicht komt om wraak te eischen. Abel zwijgt, daar hij geworgd is of op eene of andere wijze is gedood. Na zijnen dood roept de stem des bloeds harder, dan een advocaat met al zijn talent doen kan. Zoo is onderdrukking en stilzwijgen voor God geen hinderpaal, over eene zaak te oordeelen, die de wereld reeds als afgedaan beschouwt. Wij putten kracht tot het grootste geduld uit het vernemen van dezen troostgrond als wij hooren, dat niets van ons recht voorbijgaat, als wij kalm en rustig van gemoed het onrecht dragen, ja dat God des te gereeder zal zijn, om ons te wreken, naar mate wij geduldiger ons onderwerpen, om alles te dragen. De Gode welgevallige stilheid des gemoeds spreekt met luider stem, hemel en aarde doordringende. Deze leer heeft niet alleen betrekking op den staat van het tegenwoordig leven, zoodat wij weten, dat het met Gods hulp in de ontelbare gevaren, waarmee het is omringd, veilig is, maar ze wekt ons ook op tot de hoop op een beter leven, omdat het vast staat, dat zij voor wie God zorgt, nog na den dood leven. Dit jaagt den gewelddadigers en slechten dan ook schrik aan, dat God zegt, dat Hij het recht der vergetene slachtoffers van moord, niet door aandrang van buiten, maar krachtens Zij ne natuur verdedigt, en dat Hij gewisselijk de misdaden zal wreken, schoon de getroffene niet daarover klaagt, 't Gebeurt wel vaak, dat moordenaars zich verheugen, aan de straf te zijn ontkomen, maar ten slotte toont God, dat het onschuldig bloed niet stom is geweest, en dat Hij niet te vergeefs gezegd heeft, dat in Zijne oogen de dood der heiligen dierbaar is. Ps. 116: 5. Welk een troost is deze leer dus vroor de geloovigen. Zij behoeven voor hun leven niet al te bezorgd te zijn, nu zij hooren dat God daarover de wacht houdt. Maar vreeselijk is Zijn toorn tegen de goddeloozen, die zonder aarzelen, dezulken kwellen en ombrengen, wier bescherming God op Zich genomen heeft.

11. Daarom zult gij thans vervloekt zijn van de aarde. Nadat Kaïn van zijne misdaad overtuigd is, wordt zijn vonnis geveld. En allereerst stelt-God de aarde tot volvoerder Zijner wraak, daar zij door den goddeloozen en schandelijken broedermoord was verontreinigd ; Hij wilde daarmee zeggen : Gij ontkendet wel voor Mij, dat de moord door u bedreven was, maar zelfs de stomme aarde straft u.

Dit doet God om het snoode van de misdaad te doen

Sluiten