Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straf de zwaarte daarvan gematigd had, en Adam zelf het uit Zijnen mond had gehoord, wat hem niet weinig verlichting gaf, zoo moest hij, tevreden met dit soort van geneesmiddel, niet alleen zijn kruis op de wereld kalm blijven dragen, maar ook den bitteren en droevigen dood ondergaan. Doch wijl de anderen niet op deze wijze onderricht waren door eene duidelijke Godsspraak aangaande de overwinning op de slang, lag in Henoch s wegneming voor alle vromen de les opgesloten, hunne hoop niet te beperken tot de grenzen van dit sterfelijk leven.

Mozes toont aan, dat deze wegneming een bewijs van de Goddelijke liefde jegens hem is geweest, door haar in verband te brengen met zijn vroom en onbevlekt leven. Nu is het beroofd worden van het leven, op zichzelf beschouwd, niet begeerlijk. Daaruit volgt dus, dat hij in ecne betere woonplaats is opgenomen, en dat hij, daar hij een pelgrim was in de wereld, in het hemelsche vaderland is aangeland. Duidelijk genoeg leert dit de Apostel in Hebreen 11: 5. Vraagt men, waartoe Henoch werd opgenomen, en hoedanig thans zijn staat is, dan antwoord ik, dat zijn overgang door een bijzonder voorrecht zoodanig is geweest, als ook bij andere menschen zou plaats vinden. Want ofschoon hij moest uitdoen, wat verderfelijk was, werd hij toch verschoond van de gewelddadige scheiding, waartegen de natuur opkomt.

Kortom, zijne wegneming was eene aangename en blijde verhuizing uit de wereld. Toch is hij niet opgenomen in de hemelsche heerlijkheid, maar slechts verlost van de ellenden des tegenwoordigen levens, totdat Christus kwam, de eersteling dergenen, die zullen opstaan. En daar hij een der leden van de kerk uitmaakt, moet hij wachten totdat alle leden tegelijk Christus tegemoet zullen gaan, opdat het geheele lichaam met het hoofd vereenigd worde. Mocht iemand mij dit woord des Apostels tegenwerpen „dat het allen gezet is eenmaal te sterven", de oplossing ligt voor de hand, n.1. dat de dood niet altoos de scheiding der ziel van het lichaam is, maar dat zij worden gezegd te sterven, die de verderfelijke natuur uitdoen, gelijk ook de dood zal zijn van hen, die ten jongste dage nog in leven zullen zijn.

29. Hij noemde zijnen naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten van ons werk.

In de Hebreeuwsche taal komt de beteekenis van het

Sluiten