Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zouden gaan, waar God roept. Want het allergrootste eerbewijs, dat God van ons vraagt is dit, dat wij Hem toelaten, om boven ons wijs te zijn.

En dit is het ware bewijs des geloofs, als wij tevreden met een enkel bevel van Hem, ons tot werken zetten, en niet over den afloop gaan denken, welke hinderpaal Satan ons ook in den weg legt, maar met de vleugelen des geloofs boven de wereld uitstijgen. Mozes zegt ook uitdrukkelijk, dat Noach niet slechts in één enkel opzicht Gode gehoorzaam is geweest, maar in alle dingen.

En dit moeten wij nauwkeurig opmerken, omdat daaruit allermeest eene schrikkelijke verwarring in ons leven ontstaat, dat wij niet zonder voorwaarden ons geheel aan God kunnen overgeven, maar dat wij na een zeker gedeelte volbracht te hebben, onze gewaarwordingen dikwijls gaan vermengen met Zijn Woord. Met dezen eeretitel wordt Noach's gehoorzaamheid geprezen, dat zij volkomen was, niet half, zoodat hij niets van hetgeen de Heere had bevolen oversloeg.

7de HOOFDSTUK.

1. Daarna zeide de Heere tot Noach: Ga gij en geheel uw huisgezin in de ark, want u heb ik gezien, rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.

2. Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje, en van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

3. Ook van het gevogelte des hemels zeven van elke soort, het mannetje en het wijfje, om zaad in leven te houden op den geheelen aardbodem.

4. Want over nog zeven dagen zal Ik het doen regenen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten, en Ik zal al het bestaande, dat ik gemaakt heb, verdelgen van den aardbodem.

5. En Noach deed naar alles, wat de Heere hem geboden had.

6. Noach nu was zeshonderd jaar oud, toen de watervloed op de aarde was.

7. En Noach ging in de ark, en zijne zonen en zijne

Sluiten