Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods goedheid dus gewedijverd met de slechtheid der menschen, dat aan zulke ondankbaren, vvoesten en onbeschaafden het leven nog werd verlengd. Spitsvondige menschen, die het niet ongerijmd vinden, het bestaan van een wereldschepper te loochenen, vinden zulk eane plotselinge uitbreiding der wereld ongelooflijk, en stellen deze als iets twijfelachtigs in een bespottelijk daglicht. Als men hetgeen Mozes overlevert, naar ons menschelijk verstand wil beoorclcelen, dan geef ik toe, dat men dit voor een fabel kan houden. Doch men handelt geheel verkeerd, als men geen acht geeft op het doel des Heiligen Geestes. Want ik vraag u: Wat wilde de Geest anders zeggen, dan dat het zaad van drie mannen niet op natuurlijke of gewone wijze vermeerderd is, zoodat het wijd en zijd de aarde vervulde? Die dit wond«r Gods van wege zijne grootheid voor fabelachtig houden, moeten nog veel minder gelooven, dat Noach en zijne zonen en vrouwen tusschen de wateren geleefd hebben, dat de dieren bijna een geheel jaar zonder zon en lucht hebben geleefd. Maar zoo is de woede dier hemelbestormers; wat van de herstelling des menschelijken geslachts wordt gezegd, bespotten zij, omdat daarin de onnaspeurlijke macht Gods uitstraalt. Hoeveel beter zou het zijn, als men in de geschiedenis dier dingen, die Noach niet dan met groote verwondering met zijne eigene oogen heeft gezien, God wilde aanschouwen, Zijne kracht bewonderen, Zijne goedheid prijzen en Zijne hand erkennen, vol verborgenheden zoowel in het herstellen als in het scheppen der wereld? Men merke echter op, dat in de drie lijsten, die Mozes opteekent, niet de hoofden afzonderlijk worden opgeteld, maar dat onder Noachs nakomelingen alleen de vorsten der volken vermeld worden.

Want naar dat elk onder zijne broederen uitmuntte in verstand, kracht, vlijt of andere gaven, verwierf hij zich naam en gezag, zoodat anderen onder hunne schaduw rustten en gaarne aan hen de opperheerschappij overgaven. Uit de zonen van Japheth, Cham en Scm vermeldt Mozes dus slechts diegenen die beroemd geweest zijn, en naar wier namen volken zijn genoemd. De reden, waarom Mozes met Japheth begint en in de tweede plaats overgaat tot Cham, is niet met zekerheid op te geven, maar het is waarschijnlijk, dat aan Japheths zonen den eersten rang wordt toegekend, omdat zij, na vele streken te zijn doorgetrokken en de zee te zijn overgestoken, het verst van het vaderland zijn weggegaan, zoodat die volken bij de joden min-

Sluiten