Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zon daar meer in 't oog viel. Anderen willen, dat de stad zoo genoemd is, omdat zij in een dal gelegen was, want met (Urim) bedoelen de Joden valleien. Maar er is geen reden, om daarover zeer bezorgd te zijn; laat het genoeg zijn, dat Mozes, sprekende over Abrams vaderland terstond de nadere verklaring er bijvoegt, dat het Ur der Chaldeën geweest is.

30. En Sar ai was onvruchtbaar. Hij zegt niet slechts, dat Abram geene kinderen heeft gehad, maar hij noemt ook de oorzaak, de onvruchtbaarheid zijner vrouw, opdat wij zouden weten, dat het door een opmerkelijk wonder geschied is, dat zij later Izaak heeft gebaard, gelijk wij daar ter plaatse vollediger zullen uiteenzetten. God wilde aldus zijn knecht vernederen, want zonder twijfel heeft hij bittere smart gevoeld over zijne kinderloosheid. Hij ziet overal de goddeloozen zonder mate uitspruiten om de aarde te vervullen ; hij alleen mist kinderen. Maar God wilde in Abrams persoon, hoewel hij nog onwetend was aangaande zijne toekomstige roeping, duidelijk laten zien, vanwaar en op welke wijze de kerk te voorschijn komt; want zij lag toen nog als in eene droge tronk onder de aarde verscholen.

31. Thare nu nam zijn zoon. Hier moest een nieuw hoofdstuk beginnen, omdat Mozes één van de voornaamste stukken van het boek begint te behandelen, n.1. de roeping van Abram. Want Mozes verhaalt niet alleen, dat Therah van woonplaats is veranderd, maar hij vermeldt ook het plan van bet weggaan, en het oogmerk, n.1. dat hij, na zijn geboorteland te hebben verlaten, de reis heeft aanvaard, om in het land Kanaan te komen. Het ligt voor de hand, de gevolgtrekking te maken, dat hij niet zoozeer de aanvoerder of de ondernemer van het vertrek geweest is, als wel de metgezel zijns zoons. Hiermede is niet in strijd, dat Mozes hem den eersten rang toekent, alsof Abram meer onder zijn toezicht en leiding dan op bevel Gods was uitgetrokken, want dit eerbetoon geldt den naam zijns vaders. Ik twijfel er niet aan, of Abram heeft, toen hij zag, dat zijn vader uit eigen beweging de roepstem Gods opvolgde, zich van zijnen kant inschikkelijk jegens hem betoond.

Aan den vader wordt dus gezag toegekend, want hij nam zijn zoon mede. Want dat Abram van God is geroepen, voordat hij zijn geboortegrond verliet, zal straks meer dan genoegzaam blijken ; dat zijn vader geroepen is, lezen wij niet. Men kan dus gissen, dat aan dezen Gods woord is geopenbaard 17

Sluiten