Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te vermengen met hunne bijgeloovigheden, een eigen altaar op, om daarop te offeren, evenals of hij in zijn huis een koninklijken troon voor God plaatste. Maar omdat de dienst van God geestelijk is en zonder een zuiver en wettig doel alle plechtigheden niet alleen ijdel maar ook nietswaardig zijn, en zelf den waren dienst van God door eenen bedriegelijken en leugenachtigen schijn verbasteren, geve men nauwkeurig acht op hetgeen Mozes zegt, dat het altaar is gebouwd, om God aan te roepen. Dus het altaar is de vorm van den godsdienst, de aanroeping echter het wezen en de waarheid daarvan. Dit kenteeken onderscheidt gemakkelijk de geveinsden van de oprechte dienaren, dat zij in de uitwendige vertooning buitengewoon mild zijn, doch zich met bloote plechtigheden er af willen maken. Daarom is hun geheele godsdienst onstandvastig, want zij beoogen niet een zeker doelwit. Wel is hun einddoel (zooals zij voorgeven) God te dienen ; doch de vroomheid nadert dichter tot God, en daarom speelt zij niet met uitwendige vormen, maar ziet meer op de waarheid en het wezen. Kortom de plechtigheden zijn alleen Gode aangenaam, wanneer zij op den geestelijken dienst van -God betrekking hebben. Den Naam des Heeren aanroepen, of in den Naam des Heeren wordt op tweeerlei wijze uitgelegd, n.1. tot God bidden, of Zijnen Naam met lof verheffen. Doch omdat het bidden en dankzeggen dingen zijn, nauw aan elkaar verbonden, vat ik gaarne beiden hier samen.

Nu heb ik boven in hoofdstuk vier gezegd, dat niet ten onrechte door synecdoche met deze éene soort de geheelen dienst van God bedoeld wordt, omdat God geen vroomheidsplicht hooger schat, nog eenig offer liever heeft dan de aanroeping van Zijnen Naam, gelijk gezegd wordt in Ps. 50 vs. 23, en Ps. 51 vs. 19 Zoo dikwijls dc naam van altaar voorkomt moeten wij tevens denken aan offeranden ; want God wilde, dat het van den beginne af voor het menschelijke geslacht zou vast staan, dat men zonder offer niet tot Hem kan naderen.

Volgens de algemeene leer der Godsvrucht ontsloot Abram dus door offeranden een hemelsch heiligdom om God recht te dienen.

Nu weten wij, dat God nooit door dierenbloed verzoend is geworden. Daaruit volgt, dat Abrams geloof op Christus

Sluiten