Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zin toch is, dat dit niemand der stervelingen ooit in het hoofd zou zijn gekomen. Daarom staat het bij haar vast, dat God de oorsprong daarvan is, en nu beschuldigt zij zich zelve van ondankbaarheid, dat zij zoo traag was om te gelooven aan het verhaal des Engels.

Doordat zij spreekt van kinderen (in het meervoud), maken de Joden op hunne wijze hiervan de fabel, dat toen het gerucht was verspreid, dat het een ondergeschoven kind was, door de buren zooveel kinderen als maar mogelijk was zijn bijgebracht, opdat Sara door die te zogen zou bewijzen, dat zij kraamvrouw was geweest. Alsof dit niet gemakkelijk te vernemen ware, als zij Izaak aan hare borst zagen liggen, en alsof dit niet een meer duidelijk en voor de hand liggend bewijs was, dat de melk, met de vingers uitgeperst, voor hunne oogen vloeide. Dubbel onnoozel en dwaas is het van de Joden, dat zij niet begrijpen, dat deze spreekwijze evenveel beteekent, alsof Sara zich voedster had genoemd. Intusschen merke men op, dat Sara de taak Van het zogen met hare bevalling heeft vereenigd. Want niet tevergeefs bereidt de Iieere aan kinderen, voordat zij geboren worden, het voedsel in de borsten der moeders. Die Hij nu met de eer verwaardigd heeft om moeder te zijn, maakt Hij aldus tot voedsters, en die er op tegen zijn om hunne kinderen te voeden, verbreken zooveel als in hun vermogen is, den heiligen band der natuur. Als eene ziekte of iets anders haar verhindert, hebben ze eene rechtmatige verontschuldiging, maar dat kraamvrouwen uit eigen beweging en uit gemakzucht de moeite van het zogen ontvluchten, om slechts voor de helft moeder te zijn, is een schandelijk bederfsel.

8. En de knaap groeide op en werd gespeend. Nu begint Mozes te verhalen, hoe Ismaël werd verwijderd uit Abrahams gezin, opdat Izaak alleen de plaats eens wettigen zoons en erfgenaams zou innemen. Wel schijnt dit op het eerste gezicht spitsvondig te zijn, dat Sara om eene nietigheid in toorn ontsteekt, en een huiselijke twist heeft doen ontstaan. Doch Paulus leert ons, Gal. 4 vs. 21, dat ons hier eene verhevene verborgenheid wordt voorgesteld aangaande den voortdurenden staat der Kerk. En ja, als wij op de personen acht geven, moeten wij aannemen, dat het geen kinderspel geweest is, dat de vader aller geloovigen bevel kreeg van Godswege om zijn eerstgeboren zoon weg te zenden ; dat Ismaël, schoon hij de besnijdenis 29

Sluiten